Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHRISTENDOM EN UNIVERSEELE RELIGIE

13

de geschiedenis het moment van het onbepaalde en algemeene.

Aan enkele punten is dit nog in het bijzonder toe te lichten. Het besef van het onderscheidene is bij den natuurmensch nog in elk opzicht zwak. Hij onderscheidt zich zelf nog ternauwernood van de natuur, welke dan ook in haar geheel als bezield geldt, in denzelfden gebrekkigen zin bewust als hij het zelf is. Hij onderscheidt zich evenmin van den medemensch in die mate als wij dit vanzelfsprekend achten. Om het te zeggen met de woorden van Edward Carpenter, den schrijver van het uiterst suggestieve, daarom met voorzichtigheid te gebruiken doch niettemin schoone en leerzame werk Heidendom en Christendom, 'hetwelk hierop in het bijzonder den nadruk legt: het zelfbewustzijn is nog niet geboren. Evenmin is er een duidelijk besef van onderscheid ten opzichte van het dier. De verwantschap met het dier doet vaak aandoenlijkx) aan, te meer daar de volgende phase hiervan te veel deed verliezen, hetwelk een daarop

x) Bij wijze van voorbeeld schrijf ik uit het tijdschrift Vragen van den Dag, 1927, blz. 124 eenige woorden over, die een Roodhuid bij wijze van ritueel sprak na het dooden van een beer: „O broeder beer, wees niet boosl Ik had uw huid «n uw vleesch noodig. De Groote Geest heeft ons beide ge» schapen, maar den mensch heeft hij meer hst geschonken. Ik heb u niet gedood uit boosheid of voor sport. Daarom wees niet boos. Ik zou dat ook niet zijn, als gij mij hadt verslagen. Kom, neem mijn offer aan. Zie, ik heb den pijl, die u doodde, op het vuur geworpen. Zie hem tot asch verteren, neem deze kralen en het mes aan, dat ik u aanbied, en roep geen wraak tegen mij in." Men vergelijke hiermede de gruwelijke moord» partyen in het heden, waardoor geheele diersoorten ten gronde gaan.

Sluiten