Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHRISTENDOM EN UNIVERSEELE RELIGIE

15

Willen wij dezen toestand waardeeren, dan doen wij wel niet eenzijdig te zijn. Wij neigen tot een te gunstig oordeel, omdat veel van dit alles is verloren gegaan, hetwelk, wederom op hooger niveau, in redelijkheid te herwinnen maar met dit al niet herwonnen is. Het verband onzer beschouwingen brengt echter mede, dat wij gerust óok het gebrekkige van dit alles in het licht mogen stellen. Wat te herwinnen is heeft zeker verwantschap met het teloorgegane, maar het is hetzelfde niet. Ook van de vroomheid van den Middeleeuwschen mysticus Eckhart zal getuigd worden, dat deze de tegenstelling van het heilige en het profane niet kent. Maar welk een verschil! hier is de tegenstelling voorondersteld en overwonnen. Bij den primitieve kan zoo iets of beter iets, dat hiermede een verre gelijkenis heeft, slechts voorkomen, doordat er nog géén besef van onderscheid is. Alles is hier aanvankelijk en daarom ook licht verstoorbaar, men denke maar aan de noodlottige gevolgen, die aanraking met „beschaafdere" volken voor de natuurmenschen steeds medebrengt, welke noodlottige gevolgen er in anderen vorm ook zouden zijn zonder de hatelijke bijomstandigheid, dat de primitieven gewoonlijk van den zelfkant der „beschaving" (vuurwapenen, geslachtsziekten, alcohol) het eerst en het meest bemerken. De idealiseering van den natuurmensen heeft haar zeer bedenkelijke zijde: de Westerling van het heden is de mensch van bepaaldheid en onderscheid. Hij heeft andere mogelijkheden aan beide kanten, achter zich en vóór zich en het is wel duidelijk, in welke richting alleen voor zijn verdere ontwikkeling perspectief aanwezig is.

Sluiten