Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40

CHRISTENDOM EN UNIVERSEELE RELIGIE

„onmachts"verschijnselen, van zeer reëelen en onaangenamen aard en met een eigen machtigheid in het leven te roepen, zonder diepere en fijnere samenhangen naar hun mogelijkheid en hun reeds aanvankelijke werkelijkheid te verstoren- Dat neigingen ontstaan om dit alles te boven te komen, zelfs op een gebied als dat der statenverhoudingen, een der gebieden van machtsverhoudingen van ouds bij uitnemendheid, is van verre en wijde strekking. Hier wijst de volkenbonds-g e d a c h t e verre uit boven al het tot nu toe verwerkelijkte. De wereld zal er anders aan toe zijn, als staten en y°lker.en niet slechts in theorie maar ook in hun onmiddellijk besef ophouden te zijn velen zonder meer, doch samenstellende elementen eener wijdere eenheid, in plaats van gewaande zelfstandigheden worden tot organen van menschheidsleven.

Er zijn nog andere gebieden, waar tot nu toe eenzijdig machtsverhoudingen golden (met daarmede samengaande onmachtsverschijnselen in een veelal halfbewuste „onderwereld". Want wie niet „sterk is, moet „slim" zijn, liefst met een slimheid van wat bedenkelijk allooi. En wie geen macht kunnen uitoefenen in offideelen zin, vermogen altijd nog samen te spannen en te intrigueeren) en waar thans de neiging aan den dag treedt naar wederzijdsche betrekkingen van afhankelijkheid en saamhoorigheid. Ik doel hier allereerst op wat men noemt de „klassen". Het woordgebruik is in zooverre een moeilijkheid, als de verwijdering van het machtsbeginsel uit de klasseverhoudingen het eigenlijk begrip „klasse" te niet doet. Ingezien kan echter worden, dat hiermede volstrekt niet te niet gedaan worden

Sluiten