Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60

CHRISTENDOM EN UNIVERSEELE RELIGIE

wereldbeschouwing had een nog pnmiüéf en abstract monisme — het stadium der bepaalde religies en culturen (waar die niet als in het Oosten veelszins primitief bleven) medebracht de wereldbeschouwing van een dualistisch theïsme — zoo heeft universeele religie een wereldbeschouwing noodig, die gelijkelijk verheven is boven ptwubei, abstract monisme en boven dualisme; een wereldbeschouwing, die niet den nadruk legt op het eene (in den zin van het éénsoortige) of op het onderscheidene, maar beide samengrijpt in het véél-éénige; in één woord een concreet monisme, een eenheidsleer, die de onderscheiden niet ontkent, maar ze in hoogere zinvolle eenheid begrepen acht. Voor dit monisme zijn ook het ongekende en het gekende één, in den samenhang van het Al begrepen.

Universalisme, concreet monisme en de opvatting van religieuse voorstellingen als noodzakelijke verbeeldingen steunen elkaar op allerlei wijzen, op deze pijlers zal het gebouw verrijzen, dat ons geestesoog nog maar gebrekkig vermag te zien. bn om op de laatste opvatting terug te komen, zóó verstaan wederspreken de verschillende religieuse voorstellingen elkaar niet, die als onderstelde beschrijvingen van werkelijkheid zoo volstrekt mogelijk tegen elkander ingaan. In volstrekten strijd met elkaar zijn de Roomsche leer betr. het vagevuur en de Protestantsche ontkenning, de een en de ander opgevat als aanwijzing en ontkenning van werkelijkheid. Doch slechts in betrekkelijken strijd met elkander zijn een opvatting van goed en kwaad als volstrekt-tegengesteld (verbeeld in het orthodoxprotestantsche hemel- en helgeloof) en een opvatting,

Sluiten