Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHRISTENDOM EN UNIVERSEELE RELIGIE

61

die tusschen beide eindeloos vele overgangsvormen ziet (verbeeld in de Roomsche vagevuur-gedachte). Een omvattend inzicht toch weet dezen beiden gedachten hun plaats te geven. Zoo staat het ook met monotheïsme en polytheïsme. De ware eenheid is de eenheid van het vele. En de eene Godheid, zal zij levende godheid zijn en niet een doode abstractie, zal ook het vele in zich hebben, dat op zich zelf voorwerp wezen kan van nadere verbeelding, zoo goed als de godenwereld van het polytheïsme voor de verbeelding harer vereerders een godenwe r e 1 d, een concrete eenheid wordt. Ja, ook de nu zoo scherp gestelde vraag, of God de geheelAndere is ten opzichte van de wereld dan wel der wereld innerlijk wezen verliest hier iets van haar felheid. Want „der wereld innerlijk wezen", al hebben wij er immer mede te doen, komt tot óns bij momenten, die ons al te vaak het „geheel-Andere" lijken, vergeleken bij onzen alledaagschen staat.

Zoo is universeele religie het huis met de vele woningen. De voorstellingen der verschillende religies kunnen hier, om met Schiller te spreken, „leicht bei einander wohnén" !), behoeven niet „hart im Raume sich zu stossen" 2) 3).

Intusschen, van den onoverzienbaren schat der religieuse menschheid eigent ieder enkeling, en ook ieder milieu en tijdperk, zich maar een klein ge-

*) Licht bij elkander wonen.

*) Hard in de ruimte zich te stooten.

*) Een en ander sluit intusschen niet uit, dat de verschillende religieuse voorstellingen zeer ongelijke waarde en (in dieperen wijsgeerigen zin) waarheid (iets gansch anders dan werkelijk* heidsweergave) hebben.

Sluiten