Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

GELDMIDDELEN GEMEENTE IN HET ALGEMEEN

teeren. De daarvoor aan te gane geldleening moet echter binnen een zekeren tijd worden afgelost. Neemt men aan, dat gedeputeerde staten in dit geval met een langen aflossingstermijn, b.v. 75 jaren, genoegen nemen, dan zal na verloop van die 75 jaren op het wandelpark geen leeningsschuld meer drukken. In den loop der 75 jaren is dus het gemeentelijk vermogen, ten koste van hen, die m dat tijdvak in de lasten der gemeentehuishoudirig hebben bijgedragen, vermeerderd met een bedrag, gelijk aan de waarde der openbare wandelplaats. Deze waarde kan, men denke b.v. aan de mogelijkheid van verkoop van den grond als bouwterrein, zeer aanzienlijk zijn. Hen, die een dergelijken aanwas van het gemeentelijk vermogen onbillijk achten, moeten wij bestrijden. Het zou er, vooral in deze tijden van hoogen belastingdruk, met de gemeentefinanciên al heel somber uitzien, indien in vroegere jaren, ja in vroegere eeuwen, geen reserves waren gevormd in dien zin, dat op tal van bezittingen der gemeente, die nog steeds gebruikswaarde hebben, als raadhuizen, scholen, musea, plantsoenen enz. of zelfs die nog productief zijn in directen zin, zooals landerijen enz., thans geen leeningsschuld meer drukt. Het is dan ook geen wonder, dat het financieel beheer van grondbedrijven, waarbij men de waardestijging van in de toekomst voor bouwterrein bestemden grond in aanmerking neemt bij de bepaling der bedrijfsresultaten (zie hierover hoofdstuk V) met tal van waarborgen wordt omgeven om te voorkomen, dat die waardestijging tejioog wordt aangeslagen. En nog minder behoeft het verbazing te wekken, dat velen zich met het beginsel der grondbedrijven niet kunnen vereenigen, juist omdat daardoor feitelijk de reserves kunnen worden gerealiseerd, die anders het gemeentelijk vermogen zouden versterken.

Uit het vorengaande moge zijn gebleken, dat wij de onopzettelijke vermogensvermeerdering, welke het gevolg is van het systeem om leeningen met begrensden looptijd aan te gaan voor werken met onbeperkten gebruiksduur of met een zoogenaamde eeuwigdurende rentabiliteitswaarde, toejuichen, omdat, werd strikt gehandeld overeenkomstig de theorie, dat elk jaar zijn eigen lasten moet dragen, de leeningsschuld der gemeente op den duur zóó groot zou kunnen worden, dat renten en aflossingen daarvan de

Sluiten