Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

GELDMIDDELEN GEMEENTE IN HET ALGEMEEN

In sommige wetten komt de bepaling voor, dat, indien de Kroon, gedeputeerde staten gehoord, oordeelt, dat een gemeente door de uitgaven, welke haar door die wetten zijn opgelegd, in verhouding tot haar middelen en andere uitgaven onbillijk zou worden bezwaard, aan die gemeente uit 's rijks kas een tijdelijk subsidie kan worden verleend. Een dergelijke bepaling is te vinden in de wetten tot regeling van het middelbaar en het hooger onderwijs.

Een regeling in meer algemeenen zin vindt men in de wet van 22 December 1933, S. 715, tot steun aan noodlijdende gemeenten. Krachtens art. 1 dezer wet kan aan een gemeente, die niet in staat is, in de kosten harer huishouding te voorzien, tijdelijk een renteloos voorschot of wel een bijdrage uit 's rijks kas worden toegekend. De aanvraag daartoe moet door den gemeenteraad bij de Kroon worden ingediend. Het bedrag van het voorschot of van de bijdrage wordt telkens na overleg met gedeputeerde staten voor ten hoogste een jaar bepaald.

De uitkeeringen, welke de gemeenten genieten uit de provinciale middelen, zijn niet van groote beteekenis. Zij steunen op provinciale verordeningen en worden toegekend volgens de regelen, in die verordeningen omschreven, zoodat zij voor de onderscheidene provinciën zeer uiteenloopen. Naar bepaalde maatstaven kennen de provinciën uitkeeringen toe voor verpleging van arme krankzinnigen, voor bijdragen in de wedden van gemeente-veeartsen, voor handels- en nijverheidsscholen, enz.

De staathuishoudkunde maakt onderscheid tusschen belastingen en retributiën. „Belastingen", zoo schreef mr. N. G. Pierson in zijn „Beginselen der staathuishoudkunde", „voldoen wij als ingezetenen van het land, dat wij bewonen, in sommige gevallen als eigenaars van goederen, die daar zijn gelegen, of als belanghebbenden bij ondernemingen, die er gedreven worden; retributiën daarentegen tot bezoldiging van bijzondere diensten, die de overheid ons bewijst." De gemeentewet, die, ter uitvoering van het grondwettelijk

') Nopens dit onderwerp geven wij slechts eenige zeer algemeene beschouwingen, omdat aan de , .Gemeentebelastingen" is gewijd het werk van mr. H. W. J. Mulder, dat zal verschijnen als vierde deel der serie, waarvan ons werk het derde deel vormt

Belastingen en heffingen

Tijdelijk rijkssubsidie.

Steun aan

noodlijdende

gemeenten.

Uitkeeringen uit de provinciale middelen.

Sluiten