Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GELDMIDDELEN GEMEENTE IN HET ALGEMEEN

49

moet echter wel over het voile bedrag van den pensioensgrondslag aan het fonds betalen. Het fonds krijgt dus 5% % uitgekeerd over bedragen, waarvan vooruit vaststaat, dat ze nooit voor berekening van een pensioen in aanmerking kunnen komen. Deze op zichzelf onjuiste bepaling is verdedigd op grond van de theorie, dat de pensioenlast een collectieve last is, dat dus niet, zooals bij vorige wetten het geval was, met iederen ambtenaar individueel rekening wordt gehouden. Een uitvloeisel van die theorie is mede, dat de wet tusschen mannelijke en vrouwelijke ambtenaren geen onderscheid maakten dat ook op hen, die zich onder de vroegere wetgeving aan dè werking van de bepalingen omtrent het weduwen- en weezenpensioen hadden onttrokken, het verhaal voor dat pensioen van kracht is.

Bij de wet is de mogelijkheid geopend diensttijd vóór 1 Juli 1922 voor pensioen in te koopen, d. w. z. dat de pensioenraad op verzoek van de belanghebbenden kan verklaren, dat die diensttijd bij pensionneering voor de berekening van het bedrag Van het later toe' te kennen pensioen in aanmerking komt. Voor dien inkoop moet de gemeente een bijdrage aan het fonds betalen, volgens bij algemeenen maatregel van bestuur vastgestelde tarieven. De bijdrage moet worden voldaan in eens of in 15 (voor vóór 2 Juli 1925 gepensionneerde ambtenaren in 10) gelijke termijnen, telken jare op 31 December; in het laatste geval moet het bedrag der inkoopsom voor eiken termijn worden vermenigvuldigd met den factor 0,086482 (resp. 0,118549), hetwelk neerkomt op bijberekening van een jaarlij ksche rente van 4 %. Van de door de gemeente verschuldigde inkoopsom kan zij over een tijdvak van 15 (10) jaren een gedeelte op den ambtenaar verhalen door inhouding op zijn jaarwedde, wachtgeld of pensioen, en wel een vierde voor de vóór 1 Juli 1925 vervallen termijnen en de helft voor de termijnen, welke daarna verschijnen. Den ambtenaar mag geen rente in rekening worden gebracht. Overlijdt hij, dan is verder verhaal op zijn erfgenamen niet geoorloofd; de betalingsplicht der gemeente houdt in dat geval echter niet op.

Ook is inkoop mogelijk van onbezoldigden, tijdelijken en zijdelingschen dienst en van tijd op wachtgeld doorgebracht. Voor dezen

Leppink - Gem.-fin. 4

Sluiten