Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEMEENTEBEGROOTING EN BEGROOTINGEN TAKKEN VAN DIENST

53

tegen betaling der kosten algemeen verkrijgbaar worden gesteld. De, in het algemeen, voor handelingen der gemeente voorgeschreven openbaarheid is vooral ten aanzien van de gemeentebegrooting van groote beteekenis. Immers bij de vaststelling der begrooting zijn de belangen der gemeentenaren nauw betrokken, alleen reeds omdat daarin is neergelegd, welke bedragen in het komende jaar aan belasting zullen worden geheven. Vooral de laatste omstandigheid en het feit, dat bij de begrooting het jaarlij ksche groote politieke debat wordt gevoerd, verklaren de belangstelling, welke in de pers voor de gemeentebegrooting aan den dag wordt gelegd.

Zooals gezegd kent de gemeentewet het stelsel van jaarlij ksche begrootingen; dit stelsel heeft sedert de invoering der wet in 1851 steeds gegolden. De regeling in de gemeentewet wijkt dus af van die, welke sedert 1922 in art. 125 der grondwet is neergelegd ten aanzien van de staatsbegrooting. Deze toch kan ook voor een tijdperk van twee jaren worden vastgesteld; van deze bevoegdheid is echter tot dusver geen gebruik gemaakt.

De gemeentebegrooting — op de daarbij behoorende begrootingen der takken van dienst, bedoeld in art. 252, komen wij hierna terug — bevat een opsomming van de ontvangsten en de uitgaven der gemeente, welke ten bate of ten laste van het kalenderjaar, waarvoor zij dient, naar raming zullen worden gedaan. Behalve dat het opmaken der begrooting voor de gemeenten de noodzakelijkheid medebrengt om zich ten minste eens per jaar rekenschap te geven van den financieelen toestand der gemeente, is een dergelijke raming noodig om te verzekeren, dat er tusschen de ontvangsten en de uitgaven zooveel mogelijk evenwicht bestaat, dat er dus geen uitgaven worden gedaan, welke de draagkracht der gemeente overschrijden. Ook de bepaling der bedragen, welke in het komende jaar wegens belastingen zullen worden geheven, steunt op de in de begrooting opgenomen ramingen.

Voor wat de 'uitgaven betreft, is de begrooting te beschouwen als een aanduiding van de grenzen, waartoe burgemeester en wethouders bij het doen van uitgaven kunnen gaan. De vraag, in hoever zij daartoe zelfstandig, dus zonder een afzonderlijk algemeen

Karakter dei gemeentebegrooting.

Sluiten