Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

GEMEENTEBEGROOTING EN BEGROOTINGEN TAKKEN VAN DIENST

welke de uitgaven ten volle dekken, en ol op goede gronden mag worden verwacht, dat die inkomsten inderdaad zullen worden ontvangen;

d. of de aanwijzing der middelen tot dekking van de uitgaven in overeenstemming is met een goed financieel beheer, ook indien zin, dat geen gevaar bestaat voor aanranding van het gemeentelijk vermogen, hetgeen o. m. zou kunnen geschieden door gewone uitgaven te dekken met kapitaalsinkomsten.

Met betrekking tot sommige der in art. 240 der gemeentewet genoemde verplichte uitgaven der gemeente kan geen twijfel bestaan nopens het bedrag, dat daarvoor op de begrooting moet worden geraamd. Dit is het geval met de jaarwedden van den burgemeester, de wethouders, den secretaris, den ontvanger en den commissaris van politie, omdat de regeling dezer jaarwedden niet aan den raad is opgedragen, doch, wat den commissaris van politie betreft, tot de bevoegdheid van de Kroon en, wat de overige der genoemde titularissen aangaat, tot de taak van gedeputeerde staten behoort.

Ten aanzien van de andere verplichte uitgaven, waarvan de opsomming in art. 240 der gemeentewet wel een algemeen karakter moest dragen, kan er verschil van inzicht bestaan over het bedrag, dat daarvoor moet worden uitgetrokken. Het is dus mogelijk, dat een verplichte uitgaaf, bijv. die voor de brandweer of voor de plaatselijke gezondheidspolitie, wel op de begrooting is geraamd, maar dat het daarvoor uitgetrokken bedrag lager is dan gedeputeerde staten in het belang der gemeente noodig achten. Zij kunnen van oordeel zijn, dat de inrichting der brandweer onvoldoende is om haar taak naar behooren te vervullen, zij kunnen meenen, dat aan de plaatselijke gezondheidspolitie grootere zorgen en meer kosten moeten worden besteed, en daarom bezwaar maken de begrooting goed te keuren. Anderzijds komt het voor — en dat is in dezen tijd vaker het geval — dat gedeputeerde staten van inzicht zijn, dat bepaalde uitgaven te hoog zijn geraamd, dat bijv. volgens de begrooting aan het onderhoud van wegen meer kosten zullen worden besteed dan naar hun meening, in verband met den toestand der gemeentefinanciên, gewenscht of noodzakelijk is. Het recht van goedkeuring der begrooting geeft dus aan gedeputeerde

Sluiten