Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GELDLEENINGEN DER GEMEENTE

75

jaarlijksch aflossingsbedrag wordt vastgesteld. Dit bedrag moet dan in het begeleidend schrijven nader worden toegelicht.

In geen geval mag de looptijd der leening langer zijn dan de vermoedelijke levensduur van de objecten, waarvoor wordt geleend.

De eerste aflossing zal als regel moeten geschieden ten laste van den gewonen dienst, volgende op dien, waarin de opbrengst der leening is verantwoord;

d. in het besluit behoort het percentage, c.q. het maximum percentage, der te betalen rente te worden opgenomen, alsmede de koers, cq. de minimum koers, waartegen de leening zal worden uitgegeven;

e. wordt omtrent vervroegde of versterkte aflossing van de leening door de gemeente geen bepaling in het raadsbesluit aangetroffen, dan zal door gedeputeerde staten worden aangenomen, dat buitengewone aflossing door de gemeente steeds zal kunnen plaats vinden;

/. indien mogelijk moet het besluit den naam van den geldgever bevatten. Een uitzondering ten deze moet natuurlijk worden gemaakt voor het geval de gemeente obligaties aan toonder rechtstreeks uitgeeft;

g. renvooien mogen in een besluit tot het aangaan eener leening niet voorkomen;

h. de middelen, waaruit de rente en de aflossing worden gekweten, moeten in het raadsbesluit worden aangewezen. Of met de algemeene aanduiding, dat de betaling van een en ander zal geschieden uit de gewone middelen, genoegen kan worden genomen, zal door gedeputeerde staten worden beoordeeld aan de hand van den belastingdruk in de gemeente.

Men pleegt de gemeenteschuld te rubriceeren in twee groepen:

a. de vlottende schuld;

b. de vaste schuld, beter genoemd de schuld op langen termijn.

De vlottende schuld is die schuld, welke op korten termijn (meestal niet langer dan één jaar) is aangegaan ter voorziening in de

Onderscheid tusschen vlottende en vaste schuld.

Sluiten