Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

DE GELDLEENINGEN DER GEMEENTE

De vaste schuld.

in sterke mate beïnvloeden. Een gevaar kan voor de gemeente zijn verbonden aan het te hoog laten oploopen van de vlottende schuld. Dat hebben o.m. de gemeenten ondervonden, welke in 1931, na den val van het Engelsche pond, door de groote terughoudendheid op de geld- en kapitaalmarkt niet de noodige gelden konden verkrijgen om haar vlottende schuld op de vervaldagen af te lossen. Verschillende gemeenten gingen er ten slotte noodgedwongen toe over obligatieleeningen met een looptijd van 3, 5 of 10 jaar te sluiten tegen een hooge rentevergoeding. Andere gemeenten waren genoodzaakt tijdelijk geld bij het rijk op te nemen.

Nog al te vaak kan men opmerken, dat gemeenten voor de opbrengst eener leening op langen termijn niet dadelijk emplooi hebben en dat zij daarom groote sommen tijdelijk ter leen aanbieden tegen een rentevoet, welke veel lager is dan die, waarvoor de leening is gesloten. Het renteverlies, dat daardoor ontstaat, zal in vele gevallen voor een goed deel kunnen worden vermeden door de factoren, welke de kaspositie der gemeente beheerschen, nauwkeurig te bestudeeren. Renteverlies kan ook dikwijls worden voorkomen, door het bedrag der definitieve leening niet in eens op te nemen, doch het op verschillende data in termijnen te laten storten. Voor obligatieleeningen gelukt dat echter in den regel niet.

Onder vaste schuld, welke men ook wel aanduidt met den naam van gevestigde of gefundeerde schuld, wordt verstaan de schuld der gemeente, welke is aangegaan ter bestrijding van kapitaalsuitgaven. Door voor uitgaven, waarvan het nut zich over een reeks van jaren uitstrekt, een leening aan te gaan, kan worden bereikt, dat de lasten dier uitgaven over een reeks van jaren worden verdeeld.

In hoofdstuk I wezen wij er reeds op, dat een goed financieel beheer eischt, dat alleen kapitaalsuitgaven door een geldleening worden gedekt.

In het algemeen gelooven wij, dat het aanbeveling verdient om geregeld terugkeerende uitgaven, ook als het nut daarvan zich over een reeks van jaren zal uitstrekken, zoo mogelijk ten laste te brengen van den gewonen dienst. Men vergete niet, dat, indien voor dergelijke uitgaven geldleeningen worden gesloten, niet alleen de

Sluiten