Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

DE GELDLEENINGEN DER GEMEENTE

December 1928 ƒ 50 — had moeten aflossen): 5 % rente over de ƒ 50—, die hij in geval van leening nog in den zak zou hebben gehouden, t. w. ƒ 2,50. Oudejaarsavond 1929 heeft hij dan 2 jaar van den aankoop genoten, ten koste van ƒ 105,— plus ƒ 2,50 is dezelfde ƒ 107,50 van het eerste geval." „Welnu", zoo besloot prof. Van Blom, „deze particulier is, in uiterste vereenvoudiging, in wezen nauwkeurig dezelfde economische figuur als de gemeente, die scholen, of het rijk, dat torpedojagers bouwt." *)

Inderdaad, in de becijfering van prof. Van Blom is geen fout te ontdekken; langs wiskundigen weg kan men aantoonen, dat bij een bepaalden rentevoet de contante waarden van de rente en de aflossingen van een geldleening van a gulden gelijk zijn aan a gulden. Maar in de practijk mag men, naar ons oordeel, aan het voorbeeld van prof. Van Blom niet al te veel beteekenis hechten, reeds alleen hierom niet, wijl de rente, welke de gemeente voor beleggingen kan maken, in het algemeen veel lager is dan de rente, welke zij voor geleende gelden moet betalen. Daarnaast dient er de aandacht op te worden gevestigd, dat aan het sluiten van leeningen op langen termijn hooge kosten zijn verbonden en dat de gemeente gedurende den geheelen looptijd eener leening voor jaarlijks terugkeerende onkosten staat. Indien het financieren van kapitaalsuitgaven door middel van leeningen niet duur zou uitkomen, zou de gemeente gerust ook voor al haar gewone uitgaven een leening kunnen sluiten en zou het onverschillig zijn in welken tijdsduur de leeningen werden afgelost. Daardoor zou de leeningsschuld dermate hoog worden, dat plaatsing van nieuwe leeningen ten slotte vrijwel onmogelijk zou zijn.

Terecht is dan ook van andere zijde *) betoogd, dat het aangaan

!) Zie ook bet artikel van mr. A. van Gijn in de Economisch-statistische kncAien jan 1925 (bladz. 116) en bet artikel van dr. J. G. Ramaker in bet Weekblad voor den Nederlandsehen bond van gemeenteambtenaren, no. 1493.

«) Zie bet artikel van prof. Van der Pot in de Economist van November 1927; bet artikel van L H. van Wensen in Financieel Overheidsbeheer van 1 Maart 1928; de artikelen van B. van Eek en Weber in het Weekblad voor den Nederlandschen bond van gemeenteambtenaren, no. 1496. Het hier behandelde vraagstuk vindt men verder besproken in dr. R E Berends, Gemeenteschulden, eenige beschouwingen over gemee:ntel^"'nSen in verband met de ontwikkeling der Rotterdamsche gemeenteschuld (1851—1914).

Sluiten