Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110

DE GELDLEENINGEN DER GEMEENTE

omstandigheden mochten voordoen, waardoor de gemeente niet in staat zou zijn haar financieele verplichtingen behoorlijk na te komen, zal het rijk in zijn eigen belang ingrijpen en de gemeente financieel steunen1). De Nederlandsche staat is dus, afgezien van juridische waardeeringen, uit een practisch oogpunt bezien, de borg van de gemeente. De bezitter van gemeente-obligatiën heeft dus als het ware de garantie van den staat, een garantie, die wel niet in een contract is vastgelegd, maar daarom niet minder waardevol is. Den houders van gemeente-obligatiën zijn overigens bij de gemeentewet verschillende waarborgen gegeven, dat de gemeente te hunnen opzichte aan haar financieele verplichtingen zal voldoen. Die wet toch rekent, zooals we reeds vroeger opmerkten (bladz. 74), de renten en aflossingen van de leeningen der gemeente tot haar verplichte uitgaven, welke op de begrooting moeten worden gebracht. Mocht, zooals wij reeds hebben gezien, de gemeenteraad weigeren aan dit wettelijk voorschrift te voldoen, dan moeten gedeputeerde staten de renten en de aflossingen op de begrooting brengen. Zij kunnen in dit geval de niet bij de wet verplichte uitgaven tot zoodanig peil verlagen, als noodig is om het evenwicht tusschen de ontvangsten ën de uitgaven te bewaren. En indien later burgemeester en wethouders nalatig mochten blijven voor de betaling van renten en aflossingen de noodige bevelschriften aan den ontvanger af te geven, kunnen gedeputeerde staten weer tusschenbeide komen. Zij hebben dan de bevoegdheid den ontvanger de betaling te gelasten.

Uit het vorenstaande moge gebleken zijn, dat een vergelijkende opgaaf van de schulden der gemeenten per inwoner, waaraan het geldbeleggend publiek waarde pleegt te hechten, geen basis is om de soliditeit der gemeenten te beoordeelen. Trouwens bij een opgaaf der schulden van een gemeente zou men dan onderscheid moeten maken tusschen de schuld, aangegaan voor direct productieve uitgaven (b.v. die voor kapitaalverstrekking aan rendabele bedrijven) en de Schuld, aangegaan voor indirect productieve uitgaven (b.v. voor aanleg van wegen). Eigenaardig is, dat deze

*) Zie ook de op bladz. 38 besproken wet van 22 December 1933, st.bl. no. 715, tot steun aan noodlijdende gemeenten.

Sluiten