Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

132

HET GELDELIJK BEHEER DER TAKKEN VAN DIENST

tabihteitsberekening onjuist is geweest of dat een contract, waarvan hij voor de gemeente voordeel had voorspeld, is gebleken voor het bedrijf nadeelig te zijn. Daar de boekhouding dergelijke tekortkomingen van den bedrijfsleider tot uitdrukking kan laten komen, kan men zich indenken in het geval, dat een bedrijfsdirecteur van zijn chefschap over een boekhouder misbruik maakt, om zijn beleid in een gunstiger daglicht te stellen dan het verdient. Dergelijke overwegingen hebben enkele gemeenten er toe geleid de boekhouding en het technisch beheer van de bedrijven streng van elkaar te scheiden. Te dien einde hebben eerst Enschede (in 1910) en daarna verschillende andere gemeenten een instituut in het leven geroepen, dat den naam draagt van „Centrale boekhouding voor de gemeentebedrijven". Dit instituut is een tak van dienst op zich zelf; het is geschoeid op de leest van een regeling ex art. 252 der gemeentewetx) en zijn taak is het voeren der boekhouding van de verschillende takken van dienst. Het staat onder de leiding van een hoofdambtenaar (chef-boekhouder). Deze is niet de ondergeschikte van de bedrijfsdirecteuren en staat rechtstreeks onder de bevelen van burgemeester en wethouders. Aan hem is het geheele personeel der centrale boekhouding (boekhouders, assistentboekhouders, klerken enz.) ondergeschikt.

Door instelling eener centrale boekhouding worden den bedrijfsdirecteuren alle invloed op en elke verantwoordelijkheid voor de boekhouding ontnomen; van het beleid der directeuren kunnen de boekhoudingen een zeer objectief beeld vertoonen.

De naam van centrale boekhouding heeft veel aanleiding gegeven tot misverstand. Daarom wijzen wij er ten overvloede op, dat ook dit instituut voor eiken tak van dienst een afzonderlijke administratie zal moeten voeren, al is het mogelijk in enkele gevallen gecombineerde boeken aan te leggen. Zoo zal meestal voor de stortingen en opnemingen in rekening-courant voor alle takken van dienst wel met één boek kunnen worden volstaan.

Het is niet noodzakelijk, dat de dienst der centrale boekhouding zijn ambtenaren in één gebouw hun taak laat verrichten;

x) Zie voor een dergelijke regeling: ,,De Nederlandsche gemeente", door mr. G. A. van Poelje (deel II. blz. 133).

Sluiten