Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

142

HET GELDELIJK BEHEER DER TAKKEN VAN DIENST

Vergoedingen voor bet hebben van buizen of kabels in gemeentegrond.

Verschillende gemeenten heffen van haar gasfabriek, waterleiding en electriciteitsbedrijf een vergoeding voor het hebben van buizen of kabels in gemeentegrond. Deze heffing wordt meestal verdedigd door er op te wijzen, dat, indien het bedrijf in handen van particulieren was, de gemeente niet zou nalaten van hen een vergoeding te eischen voor het recht, om voor de aflevering van het product buizen of kabels aan te leggen in de wegen der gemeente. Hiertegen voeren velen aan, dat, indien de gemeente aan een particulier bedrijf een concessie had verleend, zij wel een zeker aandeel in de winst van het bedrijf of een uitkeering op andere basis zou vorderen, maar dat haar eischen in deze toch nooit zoover zouden kunnen gaan, dat de gemeente de geheele winst zou opvorderen. Dit nu doet de gemeente van haar eigen bedrijf wel en daarom is de vergelijking niet juist. De berekening der vergoeding heeft, zoo wordt dan verder geredeneerd, geen reëelen grondslag (in de practijk geschiedt ze meestal naar een willekeurig gekozen bedrag per meter lengte van de buizen of de kabels) en vertroebelt de exploitatieuitkomsten.

De practijk leert, dat de vergoedingen in de meeste gemeenten het karakter hebben van een verkapte winstuitkeering. Dit zijn ze inderdaad, indien de gemeente, naast de vergoedingen, aan de bedrijven ook in rekening' brengt de hoogere onderhoudskosten, welke aan de bestrating of verharding der wegen moeten worden besteed tengevolge van het leggen en het herstellen van de leidingen.

Bijdrage bestuurskosten.

De door velen gehuldigde theorie, dat de bedrijven der gemeente ten opzichte van de financiering als particuliere ondernemingen moeten worden beschouwd, heeft er in enkele gemeenten toe geleid van de bedrijven een bijdrage te vorderen in de algemeene bestuurskosten der gemeente, welke toch, zooals vaak wordt betoogd, ook in het belang der bedrijven worden gemaakt. Naar wij meenen, is de gemeente Arnhem in 1923 voor de heffing van deze bijdrage het voorbeeld geweest. Voor dat jaar raamde Arnhem de algemeene bestuurskosten der gemeente op rond ƒ 273.000,—. Lang niet van alle takken van dienst met financieele zelfstandigheid werd de bijdrage gevorderd; de enkele bedrijven, welke er voor

Sluiten