Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146

HET GELDELIJK BEHEER DER TAKKEN VAN DIENST

ii.

Bezittingen. Schulden. Kasgeld / 2300,— Schuld aan de geVorderingen 8.500- meente . . . i . ƒ 96.000-

Andere bezittingen . „ 93.000— Andere schulden . . „ 6.000,—

ƒ 104.000,- ƒ 102.000-

Aan het einde van het eerste jaar is dus het totaal der bezittingen ƒ 2.000— hooger dan het totaal der schulden. Het bedrag van ƒ 2.000— vormt het bedrag van de in het eerste jaar behaalde winst. Wanneer deze winst geheel aan de gemeente wordt uitgekeerd, wordt de hoeveelheid kasgeld ƒ 2.000,— minder. Maakt men nu na deze uitkeering den staat van bezittingen en schulden weer op, dan ziet deze er als volgt uit:

iii.

Bezittingen. Schulden.

Kasgeld ƒ 500- Schuld aan de ge-

Vorderingen 8500- meente •••••/ 96.000,-

Andere bezittingen . „ 93.000— Andere schulden . . „ 6.000 —

ƒ 102.000- ƒ 102.000-

Stellen we nu het geval, dat van de winst een gedeelte, laat ons zeggen ƒ 800—, wordt gereserveerd, dan wordt slechts ƒ 1.200, aan de gemeente uitgekeerd. De hoeveelheid kasgeld vermindert dus met ƒ 1.200,—, maar de gemeente blijft recht behouden op de bedoelde ƒ 800,—. Na uitbetaling van het bedrag van ƒ 1.200,— wordt de staat van bezittingen en schulden (II) aldus:

IV.

Bezittingen. Schulden.

Kasgeld ƒ 1300- Schuld aan de ge-

Vorderingen 8300- meente •••••/ 96.000-

Andere bezittingen . ,. 93.000— Niet uitbetaalde

winst öUU,—

Andere schulden . • „ 6.000,—

ƒ 102.800- / 102.800-

Sluiten