Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GELDELIJK BEHEER DER TAKKEN VAN DIENST

147

Nu vermeldt men echter de schuld aan de gemeente om practische redenen onder een afzonderlijken post, welken men „reserve" noemt, waardoor men laatst bedoelden staat liever als volgt opzet:

V.

Bezittingen. Schulden, Kasgeld / 1.300,— Schuld aan de geVorderingen 8500,— meente ƒ 96.000 —

Andere bezittingen . „ 93.000,— Andere schulden . . „ 6.000,— Reserve 800,—

ƒ 102.800.— ƒ 102.800 —

Men ziet hieruit duidelijk, dat men niet mag zeggen, dat de reserve „bestaat uit deze of gene waarde.

Dat de reserve b.v. niet „bestaat" in contanten, springt dadelijk in het oog, indien aan een crediteur, wien het bedrijf / 1300,— schuldig is, dit bedrag wordt betaald. In dit geval toch verdwijnt de hoeveelheid kasgelden; daartegenover vermindert de post „Andere schulden" met ƒ 1.300,—, maar de reserve blijft bestaan. Met de andere schulden te zamen vindt zij dan haar tegenwaarde in „vorderingen" en „andere bezittingen".

Het moge, na het vorengaande, duidelijk zijn, dat van „belegging der reserve" in effecten enz. geen sprake kan zijn. Wanneer men daarvan spreekt, bedoelt men, dat het bedrijf overtollige kasgelden belegt in effecten of andere waarden. Met de reserve heeft dat feitelijk niets uit te staan. De begripsverwarring ontstaat, omdat er door niet-uitkeering der geheele winst een zekere overvloed van kasmiddelen kan ontstaan en men het nuttig acht, daarvoor b.v. effecten aan te koopen.

Naar onze meening verdient dit geen aanbeveling, omdat de gemeente de door reserveering van winst beschikbaar zijnde middelen beter kan gebruiken als kasgeld. Dwaas is het, om, zooals enkele gemeenten wel eens hebben gedaan, ter zoogenaamde belegging van bedrijfsreserves effecten aan te koopen, waarvan het effectief rendement veel lager is dan de werkelijke rente, welke

Belegging der reserve.

Sluiten