Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

150

HET GELDELIJK BEHEER DER TAKKEN VAN DIENST

Om de bedoeling van een dergelijke bepaling te verklaren, zullen wij een voorbeeld geven.

Stel, dat een bedrijf over 1934 een winst heeft gemaakt van ƒ 30.000.—.

Volgens de verordening wordt deze winst geboekt op de reserverekening. De gemeente ontvangt echter uit de reserverekening een bedrag, gelijk aan de som, welke op de gemeentebegrooting voor 1934 als winstuitkeering was geraamd. Deze raming nu was indertijd niet hooger gesteld dan op het bedrag van de winst, welke blijkens de laatst afgesloten rekening was gemaakt. Toen de begrooting voor 1934 werd opgemaakt (ongeveer in Augustus 1933) was de laatst afgesloten rekening die over 1932. Indien deze een winst van ƒ 20.000,— had aangewezen, was dit bedrag (althans geen hooger) op de gemeentebegrooting voor 1934 geraamd en ontvangt de gemeente over 1934, dus in 1935, uit de reserverekening ƒ 20.000,—, althans geen hooger bedrag.

Stel dus, dat de reserverekening op 1 Januari 1935 een saldo had van ƒ 80.000,—, dan ziet zij er in de boeken van het bedrijf na afrekening met de gemeente over 1934 (eventueele rente buiten beschouwing gelaten) als volgt uit:

Reserverekening.

Uitkeering aan de Saldo 1 Januari 1935 ƒ 80.000 —

gemeente over Bijschrijving winst

1934 ƒ 20.000— 1934 , 30.000,—

Saldo over te brengen naar 1936. . „ 90.000—

ƒ 110.000,- ƒ 110.000-

Nemen wij verder aan, dat de winst over 1935, b.v. tengevolge van niet voorziene hooge kolenprijzen, slechts ƒ 15.000,— heeft bedragen en dat op de begrooting voor dat jaar, met het oog op een hoog winstcijfer over 1933, ƒ 35.000—wegens winstuitkeering aan de gemeente was uitgetrokken, dan ziet de reserverekening er na de afrekening over 1935 als volgt uit:

Sluiten