Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

164

FINANCIEEL BEHEER GEMEENTE EN VOLKSHUISVESTING

Er is hier tusschen de nadeelige saldi van het bedrijf en den kapitaaldienst der gemeente een verband gelegd, dat dient te worden verklaard. Wij keeren daartoe terug tot het voorbeeld, dat wij op blz. 161 gaven. We zagen daar, dat aan het bedrijf de noodige kasmiddelen ontbraken, om de rente en de aflossingen van de leening te voldoen. Voor ons doel was het het eenvoudigst te veronderstellen, dat het bedrijf de noodige contanten bij den gemeente-ontvanger in rekening-courant opnam. In de practijk zal het echter noodzakelijk zijn, dat het bedrijf, hetwelk telken jare rente en aflossing heeft te betalen zonder dat daartegenover inkomsten van eenige beteekenis staan, groote sommen van de gemeente opneemt, welke de gemeente uit haar vlottende middelen niet kan voldoen. Daarom sluit de gemeente voor de betaling van de aflossingen der voor het grondbedrijf aangegane leeningen en voor het op de boekwaarde van den grond bijgeschreven verlies opnieuw leeningen op langen termijn, waarvan zij het provenu aan het bedrijf verstrekt. Daardoor en omdat op de „oude" leeningen steeds wordt afgelost, vermeerdert de schuld der gemeente en daardoor de schuld van het bedrijf aan de gemeente alleen met het verlies, dat op de boekwaarde van den grond is bijgeschreven. In zoover schijnt de redactie van het geciteerde art. 19 ons niet juist toe, dat daarin wordt gesproken van „nadeelige saldi", welke „ten laste van den kapitaaldienst" komen, terwijl inderdaad het nadeelig saldo niet als zoodanig wordt geboekt, maar als waardevermeerdering van grond wordt beschouwd. Wel wordt ten laste van den hapitoxlditnst aan het bedrijf kapitaal verstrekt, om aan zijn verplichtingen tot betaling te kunnen voldoen.

Uit het vorenstaande mag men natuurlijk niet afleiden, dat de gemeente telken jare juist het bedrag zou leenen, dat noodig is om voor het afgeloste deel der schuld nieuw kapitaal in de plaats te stellen en om aan het bedrijf te kunnen betalen het bedrag, dat als waardevermeerdering op de boekwaarde van den grond is bijgeschreven. In de practijk zal men in de eerste plaats al niet meer en niet eerder leenen dan met het oog op den stand van de kasmiddelen der gemeente noodig is. Maar ook afgezien daarvan zal de verstrekking van kapitaal aan het bedrijf verband houden met de boekwaarden van de verschillende gronden in dien zin, dat ook

Sluiten