Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FINANCIEEL BEHEER ONDERDEELEN GEMEENTEZORG

215

van de burgerlijke en de gemengde instellingen zijn steeds aan de goedkeuring van den gemeenteraad of, bij weigering van deze goedkeuring, aan die van gedeputeerde staten onderworpen, ongeacht of ze al dan niet subsidie uit de gemeentekas genieten. Over de wijze, waarop deze begrootingen moeten zijn ingericht, kunnen het reglement, de statuten of de stichtingsbrief der instelling voorschriften bevatten. Het schijnt ons gewenscht toe de inkomsten en de uitgaven te splitsen in gewone en kapitaalsinkomsten en -uitgaven, omdat daardoor een goed beheer wordt bevorderd en verlies van vermogen wordt tegengegaan. In enkele gemeenten houdt men niet angstvallig aan de wet, welke spreekt van inkomsten en uitgaven, vast, maar maakt men rekeningen van lasten en baten op; daardoor kunnen de uitkomsten over zeker jaar veel juister tot uitdrukking komen. Het is gewenscht om, nu de wet niet spreekt over de controle op de kas en de boeken van de burgerlijke en de gemengde instellingen van weldadigheid, daaromtrent in het reglement, de statuten of den stichtingsbrief regelen te stellen. Bepaald kan worden, dat kas en boeken onderworpen zijn aan de permanente controle van een buiten het bestuur der instelling staanden boekhoudkundige, wiens aanwijzing door burgemeester en wethouders moet worden goedgekeurd.

Het beheer der burgerlijke en gemengde instellingen is aan toezicht van gedeputeerde staten onderworpen. Kennisneming van de hierop betrekking hebbende bepalingen der armenwet leidt tot de conclusie, dat bij den wetgever in hoofdzaak het doel voorzat om het vermogen der instellingen zooveel mogelijk tegen vermindering te beschermen. Zoo behoeven de besturen volgens art. 24 de machtiging van gedeputeerde staten tot het opnemen van gelden, het vervreemden, verruilen of bezwaren van onroerende goederen, het verkoopen van effecten, enz. Omtrent de wijze van belegging bevat de wet in artikel 23 verschillende bepalingen, welke echter het nadeel hebben, dat zij geen goede regeling bevatten omtrent de tijdelijke belegging van overtollig kasgeld. Bepaald is slechts, dat kasgeld kan worden belegd bij de rijkspostspaarbank tot het hoogste bedrag, waarvoor door die instelling rente wordt

Burgerlijke en

gemengde instellingen.

Sluiten