Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FINANCIEEL BEHEER ONDERDEELEN GEMEENTEZORG

219

Is de armenraad voor eenige gemeenten of gedeelten van gemeenten ingesteld, dan draagt elk der gemeenten in de kosten bij naar evenredigheid van het aantal harer inwoners binnen het ambtsgebied van den raad. Geschillen over deze verdeeling worden beslist door gedeputeerde staten, of, indien de gemeenten in meer dan één provincie liggen, door de Kroon.

Omtrent de begrooting en de rekening en verantwoording van den armenraad zijn in het koninklijk besluit van 23 November 1912, S. 352, regelen gegeven.

De werhloosheidszorg *) is hier te lande nog steeds niet bij de wet geregeld. Het werkloosheidsbesluit 1917 (S. 522 van 1916), zooals dit thans luidt, bevat wel een regeling van de werkloosheidsverzekering, maar de gemeenten zijn niet verplicht tot de in dat besluit neergelegde regeling mede te werken. Nochtans zijn vrijwel alle gemeenten tot die regeling toegetreden, waaruit wel blijkt, dat de gemeentebesturen m het algemeen het groote nut van werkloosheidsverzekering inzien. Hiertoe leidt natuurlijk in niet. geringe mate de omstandigheid, dat gemeenten, die zich van de regeling afzijdig houden, daarvan de nadeelige gevolgen ondervinden in den vorm van hoogere uitgaven voor armenzorg. *)

Krachtens de regeling, neergelegd in het werkloosheidsbesluit, wordt ten behoeve van werkloozenkassen, opgericht door vereenigingen van werknemers, door het rijk en de gemeenten aan die vereenigingen subsidie verleend. Dit subsidie is in den regel gelijk aan de som, welke de leden der vereeniging als contributie voor de werkloozenkas hebben betaald. 8) Van het bedrag van het subsidie komt de helft ten laste van het rijk en de helft ten laste van de gemeente. Het rijk betaalt aan het einde van elk kalenderkwartaal aan de vereenigingen een geraamd bedrag aan subsidie uit. Het werkelijk bedrag, dat aan subsidie over elk jaar wordt toegekend, wordt eerst na afloop van het jaar bepaald; na vaststelling van het

) Zie dr. H. J. Morren, De practijk der werkloosheidsverzekering in Nederland, Alphen a. d. Rijn 1932.

*) Voor de gemeenten, die niet tot de regeüng zijn toegetreden, ligt thans in art 10, tweede lid, van het koninklijk besluit van 27 Juni 1935, S. 364, een sterke prikkel tot aansluiting.

V In de huidige omstandigheden worden extra subsidies uitgekeerd.

Zorg voor werkloozen.

Sluiten