Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

256

BOEKHOUDING EN FINANCIEELE EINDREKENINGEN

belang, dat elke gemeente, die rekening wenscht te houden met de mogelijkheid, dat haar rekening bij de bank debet zou kunnen komen te staan, daarover met de bank in overleg treedt en na verkregen overeenstemming op een deswege te nemen raadsbesluit de goedkeuring van gedeputeerde staten vraagt.

De boeking door de bank op de rekening der gemeente heeft natuurlijk uitsluitend ten doel, de wijze van betaling der vorderingen en schulden tusschen rijk en gemeenten te regelen. De rechtsgeldigheid dier vorderingen en schulden blijft dus onaangetast en de gemeente bUjft volkomen bevoegd in of buiten rechte ten aanzien van die vorderingen en schulden tegen den staat op te komen. Van schuldvergelijking in den zin van het burgerlijk wetboek is bij de beoogde regeling dus geen sprake.

De gemeenten ontvangen regelmatig'van de bank opgaaf van de bedragen, waarvoor haar rekeningen zijn gecrediteerd of gedebiteerd.

Wat aangaat de tenaamstelling en kwijting van bevelschriften tot betaling en de boekingen in de administratie van den ontvanger naar aanleiding van de debiteeringen en crediteeringen op de rekening van de gemeente bij de bank moeten twee gevallen worden onderscheiden:

a. het geval, dat de gemeente elke op haar rekening bij de bank geboekte debiteering of crediteering onmiddelhjk hkwideert;

b. het geval, dat de gemeente deze posten laat opnemen in haar rekening-courant bij de bank.

Wat aangaat de boekingen in beide gevallen in de administratie van den ontvanger verwijzen wij naar de artt. 7a en 7b van de boekhoudvoorschriften 1931.

In art. 26a van de rekeningsvoorschriften 1931 is geregeld de tenaamstelling en de wijze van voldaanteekening van bevelschriften tot betaling aan den staat via de bank.

Bij circulaire van 24 Juli 1925, no. 5695. afd. B.B., heeft de minister van binnenlandsche zaken en landbouw medegedeeld, dat de rechtsgeldigheid van de betalingen aan de bank voor Nederlandsche gemeenten in dier voege, dat de bank bevoegd is te achten voor het rijk te ontvangen, niet behoeft te worden betwijfeld.

Sluiten