Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

274

BOEKHOUDING EN FINANCIEELE EINDREKENINGEN

2. het bedrag, dat ontvangen is wegens vervreemding van bezittingen;

3. het uit de winst gereserveerde bedrag; b. in uitgaaf:

1. het bedrag, dat is afgelost van het door de gemeente in den tak van dienst geïnvesteerde kapitaal;

2. het bedrag, dat is betaald voor uitbreiding en verbetering van den tak van dienst;

3. het bedrag, waarmede de reserve is verminderd, b.v. tot dekking van verhezen.

Over de wijze, waarop overigens de hier bedoelde rekening (en ook de begrooting, waarvan zij het tegenstuk vormt) moet worden ingericht, heerscht nog altijd veel verschil van inzicht en het is er dan ook verre van, dat er in deze eenige uniformiteit bestaat. Ofschoon dit niet in de voorschriften is bepaald, meenen velen, dat de begrooting van inkomsten en uitgaven in ontvang en m uitgaaf een gelijk bedrag moet aanwijzen *)en om nu de begrooting „kloppend" te maken, brengt men daarop bij tal van gemeenten posten, welke in wezen niet den kapitaaldienst betreffen. Zoo gaat men, om een voorbeeld te noemen, tegenover de aflossing van schuld — een kapitaalsuitgaaf — ramen een post wegens door afschrijving op activa beschikbaar komende middelen; indien men kapitaalsuitgaven wenscht te betalen met gelden, welke door reserveering van bedrijfswinst beschikbaar zijn pf zullen komen, raamt men die gelden als kapitaalsinkomst, ofschoon de reserve blijft bestaan. Doordat op deze wijze wordt gehandeld, verkrijgt van vele takken van dienst de begrooting (rekening) van kapitaalsinkomsten en -uitgaven geheel het karakter van onderdeel der kasrekening; er blijkt dan uit, op welke wijze de voor de kapitaalsuitgaaf noodige contanten zullen worden (zijn) verkregen.

Wij zullen ons hier in deze kwestie niet verder verdiepen; voor de practijk heeft de wijze van opzet der kapitaalsbegrooting en -rekening, stukken, welke, zooals wij reeds lieten uitkomen, in het kader eener boekhouding naar de dubbele methode eigenlijk niet passen, naar ons inzicht weinig beteekenis.

*) Ook sommige colleges van gedeputeerde staten zijn deze opvatting toegedaan.

Sluiten