Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

280

boekhouding en financieele eindrekeningen

Ontvangsten. Uitgaven. Hoofdstuk VII. Hoofdstuk VII.

Opbrengst van den verkoop van Aankoop van rentegevend goed gemeente-eigendommen ƒ 10.000,—

ƒ 25.000,- Hoofdstuk VIII, § 2.

Schoolbouw .... ƒ 20.000,—

Hoofdstuk XIII, § 1. Kapitaalsverstrekking aan het electriciteitsbedrijf . ƒ 35.000,—

Hoofdstuk XIV. Hoofdstuk XIV.

Terugontvangst van Tijdelijke belegging

tijdelijk belegd van kasgeld . • ƒ 90.000,—

kasgeld .... ƒ 90.000.—

Totaal . . . ƒ 115.000.— Totaal . . ƒ 155.000 —

De rekening over 1934 sluit nu met een nadeelig saldo van den kapitaaldienst van ƒ 40.000,—, welk saldo bij opvolging van den algemeenen regel zou moeten worden overgebracht naar de begrooting (en rekening) voor 1936, verdeeld als volgt:

Hoofdstuk- Voordeelige saldi. Nadeelige saldi.

VII ƒ 15.000— —

VIII §2 — ƒ 20.000 —

XIII § 1 — „ 35.000 —

Totaal .... ƒ 15.000— ƒ 55.000-

Gesteld nu verder, dat de gemeente in Augustus 1935 ter bestrijding van de in 1934 gedane uitgaven voor schoolbouw en kapitaalsverstrekking aan het electriciteitsbedrijf een geldleening aangaat en terzelfder tijd het beschikbare bedrag van ƒ 15.000,— belegt door aankoop van effecten, dan zullen deze transacties in de rekening over 1935 dienen te worden gebracht, wat de leening betreft verdeeld over de betrokken hoofdstukken en paragrafen. Het saldo van den dienst 1935 moet volgens den algemeenen regel terechtkomen in de rekening over 1937. Maar wat zien we dan? Dat de uitgaven en de dekkingsmiddelen niet tegenover elkaar staan. Inder-

Sluiten