Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

302

DE CONTRÖLE OP DE GEMEENTEFINANCIËN

Wettelijke bepalingen.

fraudeur, maar deze gevallen behooren toch tot de zeldzame uitzonderingen.

Zij, die, in welk ambt of in welke functie dan ook, de overheid dienen, moeten wel in de eerste plaats den plicht beseffen, om contröle uit te oefenen en om zich controle te laten welgevallen. Immers zij allen beschikken tot op zekere hoogte over gelden der gemeenschap, gelden der belastingplichtigen, die hun penningen dikwerf met groote moeite hebben geofferd.

Bij de totstandkoming der gemeentewet was het terrein der gemeentebemoeiingen zeer beperkt. Met uitsluiting van anderen werd toen de ontvanger belast met het doen van ontvangsten en uitgaven voor de gemeente. De boekhouding van den ontvanger was zeer simpel; de wet hield bepalingen in, welke een goede controle op die boekhouding mogelijk maakten. Bepaald werd, dat burgemeester en wethouders ten minste eens per kwartaal de kas en de boeken van den ontvanger moesten opnemen (ook gedeputeerde staten konden tot dezen controlemaatregel overgaan), dat de rekening door den raad moest worden onderzocht en voorloopig vastgesteld en daarna moest worden vastgesteld door gedeputeerde staten, waarbij natuurlijk werd verondersteld, dat dit eerst na onderzoek ook hunnerzijds zou geschieden.

Deze eenvoudige voorschriften kon men als voldoende aanmerken; bij een goede toepassing er van waren er waarborgen, dat de boekhouding van den ontvanger, en dus die van de gemeente, in orde was en behoorlijk werd gevoerd.

De voorschriften zijn in 1909 nog verbeterd. Toen is in de gemeentewet bepaald, dat de raad, met goedkeuring van gedeputeerde staten, aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid kan geven het opnemen van de kas en de boeken van den ontvanger aan een lid van hun college of aan een daartoe aangewezen ambtenaar op te dragen en dat bij de kasopneming bijstand kan worden verleend door een deskundige. Voorts werd toen in de wet een bepaling opgenomen, krachtens welke de kasopnemingen ook de takken van dienst met financieele zelfstandigheid kunnen omvatten. Eerst in 1931 kwam er in de gemeentewet een gebiedend voorschrift ten

Sluiten