Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGEN

327

BIJLAGE III

VERORDENING op het beheer van het Grondbedrijf. Artikel 1

1. De aan de gemeente toebehoorende en de door haar nog in eigendom te verkrijgen onroerende goederen, welke tot bouwterrein bestemd zijn en welke daartoe bij een besluit van den raad zijn aangewezen, worden afzonderlijk beheerd onder den naam van grondbedrijf.

2. Op het grondbedrijf zijn, voor zoover daaromtrent in deze verordening niets anders is bepaald, van toepassing de artikelen 3, 4, 5, 6, 8, 10, 11, 12, 13, eerste lid, 14, 15 en 16 der „Bedrijvenverordening" *).

Artikel 2

1. Bij een besluit van den raad, waarbij onroerend goed bij het grondbedrijf in beheer wordt gebracht, wordt het bedrag, waarvoor de inbreng geschiedt, vastgesteld op de som, waarop de verkoopwaarde is geschat. Tevens wordt in dat besluit vastgesteld:

a. voor zooveel betreft de onroerende goederen, waarvoor een leening op langen termijn is aangegaan, het bedrag der schuld, welke op het oogenblik van den inbreng op de gemeente ter zake van het onroerend goed rust;

b. voor zooveel betreft de onroerende goederen, waarvoor nog geen leening op langen termijn is aangegaan, het bedrag van de kosten van aankoop daarvan, vermeerderd met het bedrag der op den aankoop gevallen kosten.

2. De verschillen tusschen de inbrengwaarden eenerzijds en de bedragen, bedoeld onder a en b van de eerste alinea van dit artikel, anderzijds, worden geboekt op een rekening voor waardeverschillen bij inbreng; wijst deze rekening een debetsaldo aan, dan wordt dit, indien en voor zoover het niet kan worden afgeboekt van de algemeene reserverekening, in uiterlijk vijf jaren afgeschreven ten laste van de rekening van baten en lasten.

Deze verordening is hiervoor afgedrukt als bijlage I.

Sluiten