Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

ook het oordeel van minister de Visser. In § 7 van de Memorie van Antwoord, verschenen in 1922 naar aanleiding van het Voorloopig Verslag over het wetsontwerp—1921 lezen we:

De eigenlijke en historische taak der H. B. S. was het geven van een algemeene opleiding voor het maatschappelijk leven, waarnaast de voorbereiding voor hooger onderwijs een steeds grootere plaats verkreeg. Meer dan vroeger zal de H. B. S. in hare literair-economische afdeeling aan het eerstgenoemde deel harer taak kunnen voldoen. Verder echter strekt het terrein der H. B. S. zich te dezen aanzien niet uit. Het behoort niet tot haar taak een bijzondere opleiding voor een bepaalden kring van het maatschappelijk leven te geven. De grens ligt daar, waar de algemeene opleiding ophoudt en de gespecialiseerde opleiding begint. De eerste behoort tot het algemeen vormend onderwijs, de laatste is de taak van het nijverheids- en handelsonderwijs."

Duidelijk wordt de tegenstelling tusschen algemeen vormend- en vakonderwijs aangegeven, terwijl in de eerste zinsneden nog een wazig onderscheid tusschen algemeen vormend- en voorbereidend hooger onderwijs doorschemert. Mij dunkt dat beide afdeelingen algemeen vormend onderwijs moeten geven, dat eo ipso voorbereidend hooger onderwijs zal zijn. Ik geloof dat Prof. Polak, in zijn meerdere malen door mij met instemming aangehaald Gidsartikel, ongelijk heeft wederom die kunstmatige scheidingslijn te trekken.

Vooruitloopend op de behandeling van het wetsontwerp, begonnen enkele bijzondere scholen literair-economische afdeelingen te vormen en terwille van deze afdeeljngen werd het K. B. van 15 Maart 1923, regelende de wettelijke bepalingen van de subsidieering van het bijzonder middelbaar onderwijs, gewijzigd en aangevuld door het K. B. van 13 November 1923, dat de vorming dezer afdeelingen op grond van de bestaande wet mogelijk maakte. Zoo deed de nieuwe afdeeling door een achterdeurtje van de wet haar intrede. Direct werd door eenige Hoogere Handelsscholen als 't ware beslag gelegd op de nieuwe school. Zij deden het voorkomen alsof het K. B. van 13 November 1923, uitsluitend met de bedoeling deze scholen in de gelegenheid te stellen zich aan te sluiten bij het algemeen vormend middelbaar onderwijs, in het leven was geroepen. Hunne lesuren-tabellen immers voldeden nagenoeg aan de tabellen van genoemd Kon. Besl., vaststellende het minimum aantal lesuren per week, dat voor ieder vak afzonderlijk in alle leerjaren moeten worden gegeven, wil een school in aanmerking komen voor Rijkssubsidie.

Nauwlijks heeft dus het nieuwe instituut de gelegenheid gekregen zich in zijn eerste stadium te ontwikkelen, of de strijd ontbrandt

Sluiten