Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

dat de zienswijze van Mr. J. H. THIEL hier nogmaals wordt onderstreept.

Inmiddels hebben zich van de Hoogere Handelsscholen afgescheiden de Hoogere Handelsscholen van het type-Amsterdam, met een H. B. S. 3-j. c. als onderbouw, zij verdoopen zich in „Hoogere Burgerscholen, die wat het leerplan betreft, voldoen aan de eischen, welke zijn gesteld voor de scholen, onderscheidenlijk bedoel onder c en e in artikel I van het Kon. Besl. van 13 November 1923, Staatsbl. 518", of korter in „Hoogere Burgerscholen met gewijzigd leerplan" of nog korter in „Hoogere Burgerscholen — A". Na deze afscheiding wordt onze aandacht getrokken door twee beschikkingen van den Minister van Onderwijs, K. en W. van 24 Februari 1925, vaststellende de voorwaarden, waaronder door den Minister Handelsscholen kunnen worden erkend en vaststellende de voorwaarden voor subsidieering van Handelsscholen. In eerstgenoemde beschikking worden voor deze scholen tabellen van verplichte lesuren voorgeschreven. Zoo moet aan een Handelsschool met 5-j. c. per week minstens 15 uur aan handelswetenschappen worden besteed, 7 uur aan handelscorrespondentie en 2 uur aan handelsrecht, te zamen moeten dus minstens 24 uur aan genoemde vakken gewijd worden. Vergelijkt men deze voorgeschreven tabel met de tabel van het K. B. van 13 November 1923, waarbij slechts een minimum van 6 uur voor de beginselen der handelswetenschappen wordt voorgeschreven, vergelijkt men de eindexamenprogramma's van deze erkende Handelsscholen met 5-j. c. en van de H. B. S.—A met 5-j. c. (vastgesteld bij K. B. van 2\ Dec. 1923), dan blijkt ten duidelijkste dat men aan die erkende handelsscholen weet wat men wil, n.1. goed vakonderwijs geven, dat tevens eindonderwijs is, terwijl men bij de H. B. S. — A in 't onzekere verkeert, het hybridische karakter van deze literair-economische school treedt dan wel heel duidelijk naar voren. In dit verband denk ik aan enkele scholen met een bovenbouw van drie afdeelingen, n.1. een wis- en natuurkundige afdeeling, een literair-economische en een handelsafdeeling. Van deze onzekerheid willen de dissidenten van het handelsonderwijs gebruik maken om ons de z.g. economische richting op te drijven. Zij hebben onder ons dak gastvrijheid gezocht en komen ons nu de wet voorschrijven. Zij toch beoogen algemeen ontwikkelend onderwijs te geven en geen vakonderwijs, doet het dan niet eigenaardig aan dat er onder deze nieuwe Hoogere Burgerscholen instituten zijn, zooals b.v de 2de H. B. S. — A te Rotterdam, met een urentabel, waarop de handelswetenschappen 15 uren vorderen, de handelscorrespondentie 8 uur, het handels-

2

Sluiten