Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

recht 2 uur, terwijl stenografie en machineschrijven facultatief nog gedurende 2i/2 uur per week beoefend kunnen worden? Deze scholen blijken dus minstens even economisch georiënteerd te zijn als de erkende hoogere handelscholen „pur sang". Of moet economisch hier door commercieel vervangen worden? Terecht vestigde Dr. van de water op deze tegenstelling voor het eerst de aandacht. De houding van de Regeering in dezen is weifelend, de vaste richtlijnen schijnen te ontbreken. Eenerzijds geeft de Regeering ons bij K. B. van 13 November 1923 het recht om aan onze literaireconomische afdeelingen gedurende 6 uur per week de handelswetenschappen te onderwijzen, andererzijds ontneemt zij ons dit recht door aan de afdeelingen-A der Rijks Hoogere Burgerscholen 10 uur handelswetenschappen per week voor te schrijven met ingang van den cursus 1*926—'27.

Op een belangrijk detailpunt wil ik ook nog de aandacht vestigen, men is geneigd dit over het hoofd te zien. De H. B. S. 3.-j. c, die de onderbouw vormt van de Hoogere Handelsscholen van het Amsterdamsche type is heel wat anders dan het driejarig fundament eener gewone H. B. S. 5.-j. c. Dit blijkt b.v. al uit art. IX van het K.B. van 25 Juni 1920, regelende de toelating tot de Hoogere Burgerscholen met 5-j. c, immers leerlingen, die de H. B. S. 3-j. c. met goed gevolg hebben doorloopen, moeten bij overgang naar een H. B. S. 5-j. c. een verklaring van hun directeur overleggen, dat zij geschikt zijn voor de 4e klasse eener H. B. S. 5-j. c. Voor de H. B. S. 5-j. c. bestaat een algemeen bindend leerplan met bijbehoorende urentabel, voor de H. B. S. 3-j. c. bestaat zoo iets niet, zij heeft slechts te voldoen aan art. 16 der Middelbaar Onderwijswet, wat haar leervakken betreft en aan een der minimumtabellen van het K. B. van 13 November 1923, wil zij voor subsidieering in aanmerking komen. Hier is dus allerlei variatie mogelijk en bij aandachtige beschouwing vallen ons belangrijke verschillen tusschen de leerplannen op.

In tegenstelling met de drie laagste klassen eener H. B. S. 5-j. c. wordt op een H. B. S. 3-j. c. onderwijs gegeven in handelswetenschappen, schoonschrijven en scheikunde, terwijl het wis- en natuurkundig onderwijs eindonderwijs is. Neem ik b.v. voor me het leerplan der 2e H. B. S.—A met 5-j. c. te Rotterdam, cursus 1926—'27, dan zie ik de wiskunde in de drie laagste klassen nagenoeg beëindigd met 20 lesuren, wat meer is dan op een H. B. S. 5.-j. c, ze wordt slechts met 1 uur voortgezet in IV en dient tot herhaling van enkele hoofdstukken der algebra, met de samengestelde interest en de onbepaalde vergelijkingen als nieuwe onderwerpen. Het

Sluiten