Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

voor hen bijzaak, anderen echter gevoelen meer voor het letterkundig onderwijs en nemen noodgedwongen de handelswetenschappen op den koop toe. Een dergelijke toestand is op den duur onhoudbaar. Daarbij komt ook nog dat het eind-diploma der B-afdeeling zoowel voor het hooger onderwijs, als voor de maatschappij meer voorrechten geeft. Misschien brengt een wettelijke regeling hierin verandering, ik zie echter nog niet goed, welke meerdere voorrechten voor het Hooger Onderwijs verleend zouden kunnen worden, als de toestand blijft, zooals ze nu is. De urentabel van het K. B. van 13 Nov. 1923 maakt allerlei typen van scholen mogelijk, soms overheerscht het literair —, soms het economisch karakter, anderen zoeken tusschen literair en economisch den gulden middenweg, die naar de meening van den een te veel rechts, en van den ander te veel links loopt. Men vergelijke ook eens de eindexamens der afdeelingen A en B. Voor B uniforme schriftelijke opgaven, voor A niet, voor B een commissie van deskundigen, die een geheele groep Rijks- Gemeentelijke- en Bijzondere scholen te onderzoeken krijgt, terwijl voor A de gecommitteerden door verschillende organen benoemd worden, aan Rijksscholen door den Minister, aan Gemeentelijke scholen door het Gemeentebestuur, aan Bijzondere scholen door het schoolbestuur. Ziehier een onderdeeltje van den algemeenen chaos, door den heer elzinga uitvoerig in zijn brochure beschreven. Welke waarde zal op den duur een eindexamengetuigschrift hebben, als letterlijk alle eischen van uniformiteit ontbreken? Welke leerlingen zullen op den duur de nieuwe afdeeling kiezen? Dr. E. Jensema schrijft:

„Behalve het nut, waarvan ik in den aanvang sprak, heeft de wiskunde nog het voordeel, dat zij ons een middel aan de hand doet om het intellect en de wilskracht van onze leerlingen te peilen. Voorloopig nog vertrouw ik meer op het oordeel van een goed leeraar in de klassieken of in de wiskunde, dan op dat van een psycholoog. Ook deze zal wel gidsen moeten hebben, die hem tot een conclusie voeren, maar ik betwijfel of zijn tests even betrouwbare gidsen zijn, als wij leeraren onder meer bezitten in de klassieken en in de wiskunde."

Dit is volkomen juist, steeds zijn er op onze school te veel leerlingen, die moeite hebben met de wiskunde, niet omdat onze school te wiskundig is, maar omdat zij voor die leerlingen te moeilijk is.

Tot dusver was het gevolg dat deze leerlingen geleidelijk uit de drie laagste klassen verdwenen, soms naar andere onderwijsinrichtingen, wat in den regel de school tot voordeel strekte. Nu is de toestand anders geworden, voor deze leerlingen is de gelegenheid geopend een eindexamendiploma te verwerven. Wat niemand

Sluiten