Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1879

14

en Vrede, 1873, blz. 1299. De Heraut 31 Oct. 1880. Vergelijk hierbij ook het pamflet: Dr A. Kuyper of Centralisatie van Magt in Staat en Kerk (overgedrukt uit het Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage van 13 en 14 Mei 1880).

5. De oprichting eener Vrije Christelijke Universiteit, blz. 30 en 31. In een open brief aan Dr Kuyper, destijds lid der Tweede Kamer, had Dr Gunning in De Standaard van 13 December 1875, den wensch uitgesproken, om gelijkgezinde broederen saam te roepen ter bespreking van de oprichting eener Vrije Christelijke Universiteit

Zou het niet mogelijk zijn, onze Broeders in den lande, die met ons het geloof in den Christus der Heilige Schriften als grondslag en voor het bestaan der kerk en voor de vrijheid der wetenschap onmisbaar achten, en die toch, hetzij ze met u instemmen, hetzij ze staan waar ik sta, geen Seminaristische beperktheid willen, deze Broeders op te roepen tot eene samenkomst ten einde dit allergewichtigst belang te bespreken?

Dr Hoedemaker en Ds L. J. van Rhijn betuigden aanstonds hun adhaesie aan dit denkbeeld van Dr Gunning. En Dr Kuyper zelf antwoordde in De Standaard van 24 Dec.:

Met geheel ons vaderlandsch publiek heb ik aan uw schrijven over de Christelijke Universiteit hooge beteekenis gehecht... Gaat van u een poging tot samenroeping uit en weet ge mannen als Hoedemaker en Bronsveld, met Hogerzeil als geestelijk verbindingslid, voor een zoo ernstig plan te winnen, dan vindt ge ongetwijfeld onverdeelde belangstelling en behoeft niets de vrije discussie te belemmeren. Bij nadenken zult gij zelf erkennen, dat ik voor zulk een samenroeping allerminst de geschikte persoon ben. Er kunnen gevoeligheden bestaan, waarvoor het beter is uit den weg te gaan. De persoon is hier niets, het doel moet ons één en al zijn. Alleen een Comité van samenroeping als ik u aangaf, kan op dit oogenblik weerklank vinden.

De uitnoodiging werd verzonden, ook aan Dr van Toorenenbergen. Doch nu vraagt Dr Kuyper hem:

En hoe hebt Gij die óók u gezondene uitnoodiging beantwoord? Zeer waarde Broeder, uw brief ligt bij Gunning, maar zóóveel mag en moet ik er toch van zeggen, dat Gij zelfs dat meedoen aan een broederlijke saamspreking absoluut geweigerd hebt en

Sluiten