Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

JAARTAL 1880

betoog: „Strikt naar Recht'; B. een historisch betoog: „Strikt wetenschappelijk"; C. een confidentieel betoog: „Strikt ernstig".

A. Van stukje tot beetje levert de schrijver het volledig bewijs, dat, altijd in staatsrechtelijken zin, 1. onze Vereeniging een erkende vereeniging is; 2. dat die Vereeniging scholen voor Hooger onderwijs mag oprichten; 3. dat zij aan die scholen hoogleeraren mag aanstellen; 4. dat zij zulk een school een Universiteit mag noemen; 5. dat die Universiteit eo tpso een „Vrije Universiteit" is; en 6. dat deze Universiteit bezit: a. het jus docendi; b. het jus corporattonts; c. het jus promovendi in wetenschappelijken zin; en d. het jus expostulandt door middel van de examens der Rijksuniversiteiten.

Uit dit gedeelte volge hier één aanhaling over den hoogleeraarstitel :

In trouwe, lieve Vriend, ik wil nu eens heel openhartig met u zijn. Maar gelooft ge dan nu heusch, als ik vóór alle dingen op titels en eerekruisen geaasd had, dat tik dan geloopen zou hebben zooals ik liep? Ja, gelooft ge in ernst, als ik een professoraat aan een Rijksacademie eens als mijn hoogste eerzucht had beschouwd, dat er dan ook voor mij misschien niet wel wegen waren te vinden, en op die wegen kruiwagentjes waren te brengen geweest, om met wat meer hoofdbuigen en met een ulthangbordje van: Hier strijkt en plooit men l voor zijn deur, bij de schaarschte aan geschikt personeel voor zooveel nieuwe katheders, het nog een heel eind ver te brengen ? Of omgekeerd, en sterker nog: als iemand het er eens op toe wilde leggen, om naar zijn laatste rustplaats zonder eenigen rang of titel te worden uitgedragen, kon hij dan al veel anders optreden dan ik deed?

B. Eerst wordt nu aangetoond, dat noch de Kerk der Hugenoten, noch de Kerk in Schotland onder Knox, noch de Kerk van Qenève onder Calvijn, Universiteiten, in den door Dr Bronsveld bedoelden zin, gesticht hebben, en dat derhalve Voetius, als goede gids, Dr Kuyper wel terdege op het rechte spoor bracht, toen hij in zijn „Bede om een dubbel corrigendum" de stelling bepleitte, dat het Gereformeerde Kerkrecht het stichten van een Universiteit steeds beschouwd heeft als vallende ganschelijk buiten der kerke competentie.

Vervolgens gaat Dr Kuyper hier de ontwikkeling der Universiteitsidee na, om dan te concludeeren, dat de Vrije Universiteit, wel verre van slechts een hersenschimmig plan of loos kinder-

Sluiten