Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1880

32

handpapier; met ruwe, onafgesneden kanten, een licht grijze omslag, niet ongelijk aan hetgeen de Apeldoornsche papiermakers „uutbiendsels" noemen, een grof soort papier dat men om de pakken doet om het fijne niet te beschadigen; de kant zoo ruw als het vel van de vilten genomen is; met een voorkomen dus als de Nazireër gehad zal hebben, op wiens hoofd schaar noch scheermes kwam 1

De titel: „Souvereiniteit in eigen kring", het woord: Vrije Universiteit, en de naam des redenaars zijn met ouderwetsche, roode letters gedrukt. De variatie van rood, zwart en licht grijs, doet het oog weldadig aan. Daar zit leven in, evenals in de menschen van de 16e eeuw.

Het is alles rococo, het opnieuw in de mode komend ouderwetsche

Van de rede zelve kan ik u niet veel schrijven. Daar is geen beginnen aanl Een kunststuk van ongemeene waarde, overweldigend schoon, ziedaar alles wat ik zeggen kan.

Reeds de hoofdgedachte: „Souvereiniteit in eigen kring", doet elk Gereformeerd hart opspringen.

De inhoud is voor ons, die in de Gereformeerde gedachtenwereld zijn opgegroeid, volstrekt niet nieuw. Maar het krachtige idealisme en meesterschap over den vorm is wegslepend en geheel geschikt om bewondering af te persen voor een pogen, dat in waarheid stout mag heeten, eerbied te gevoelen voor den man, die een geestkracht toont te bezitten, zooals God slechts zelden aan een menschenkind gaf.

Iemand die zoo hetgeen hij voorstaat weet te verdedigen en op het terrein van het openbare leven weet in te leiden, is waard dat hij succes hebbel

In het Feestnommer van De Heraut, bij de stichting der Vrije Universiteit verschenen ')> vindt men verder het „eeresaluut van de pers" in vijf kolommen uitvoerig medegedeeld. Eigen Haard huldigde de V. U. door juist nu een portret van den Rector der School op te nemen met bijschrift van Mr L. W. C. Keuchenius.

Later verschenen nog de volgende tijdschrift-artikelen: Gewijd

') Dit Feestnommer bevatte o.m. de volgende dichtregelen:

o, Volk van God, dat zonkt in smaad, door trouw verbreking; Maar, in dien smaad gezift, weer boete doend', met smeeking, Aanriept der Vaderen God: „o God! stuit de ontwrichting Van zielevastheid, van Uw Kerk, van 't vaste Woord 1" .... God heeft gehoord!

Uit deernis met uw smaad, schonk u Zijn trouw deez' stichting.

Sluiten