Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41

JAARTAL 1881

spannen akosmisme een jong meisje verloren achtte, omdat ze éénmaal het theater had bezocht.

Tusschen die beide uitersten in plaatst Dr Kuyper Luther en Calvijn, elk met eigen gedachte, waarin een eigen levensrichting zich uitsprak. Luther, de levenslustige, die het vërkeerd noemde komedieschuw te worden, enkel omdat er af en toe minkuische dingen en gemeenheden gezegd worden. En Calvijn, die te Qenève eerst onder zekere voorwaarde de opvoering van een publiek comediestuk op stadskosten toeliet, maar daarna van de stadsregeering gedaan kreeg, dat voortaan geen opvoeringen op het territoir van Qenève zouden worden gedoogd.

Dit verbod bleef ongestoord te Genève tot in 1758 bestaan, toen de Encyclopaedist d'AIembert het poogde te ridiculiseeren en voor vroolijker levensopvatting in Genève plaats zocht.

En wie, wie is toen de man geweest, die Calvijns opinie te Genève met kracht van taal bepleitte? Niemand minder dan Jean Jacques Rousseau, die in een opzettelijk geschrift de verderfelijke gevolgen van het publiek vermaak uit staatkundig, zedelijk, hygiënisch en staathuishoudkundig oogpunt aantoonde.

Zelfs Rousseau was door den zedelijken ernst van Calvijns stichting aangegrepen.

En nu, in 1880, wat vernemen we nu?

Dit, dat de heer Tophel, een te Genève zeer geacht prediker, juist dezer dagen een keurig boekske uitgaf, getiteld: Les limites de la liberté Chrétienne, waarvan eerlang een Hollandsche vertaling het licht zal zien, en waarin, onder het ernstigst protest tegen het aflaten van de Puriteinsche zeden en het wijken voor het publiek vermaak, de hoogst interessante meedeeling is ingeschoven, dat nu zelfs in het ganschelijk geliberaliseerde Genève onbewust de geest van Galvijn nog derwijs machtig nawerkt, dat het bezoeken van publieke vermaken er nog altijd als minfatsoenlijk geldt onder de gezeten burgerij.

Deze historische herinneringen laat Dr Kuyper voorafgaan, deels omdat ze wél zoo karakteristiek zijn als heel het optreden der Engelsche klokkenspelers; deels ook, omdat de richtingen, die in de kwestie van het publiek vermaak elkaar kruisen, door het publiek veel beter in zulk een historischen trek gevat worden, dan in het meest juiste betoog.

II (20 Dec). De levenskring van de volkeren der Reformatie is nooit gunstig geweest voor de ontwikkeling en den bloei der

Sluiten