Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

69

JAARTAL 1882

Dat Dr Kuyper met heel zijn hart in dit onderwerp leefde, blijkt wel uit het volgende citaat, ontleend aan een hoofdartikel in De Heraut van 26 November 1882. Daar betoogt hij, dat de Heilige Geest bij de prediking niet aan den ambtelijken persoon gebonden is, maar in zijn goddelijke vrijmacht zich soms van een ander instrument bedient.

Ten voorbeeld strekke de gemeente van Woubrugge, eer Dr Alexander Comrie er optrad. Die gemeente zat, gelijk Comrie het zelf beschrijft, in gerustheid. Ze sliep op het peluw harer doode rechtzinnigheid den slaap der bedwelmden. En zonder dat er stoornis van burgerlijke goedlevendheid was, was het leven Gods er toch niet. Maar zie, toen kwam er een veen werker uit Boskoop naar Woubrugge. Die veenwerker had kennis aan genade en de Heere wierp in zijn ziel heerlijke bekommering over de gemeente van Woubrugge. Die man sprak met en bad voor de personen en opende hun de Schrift. En negen jaren lang duurde het, eer hij bij het boren in den bodem, het water op zag spatten. Maar toen kwam het ook volheerlijk. Geheele gezinnen kwamen tot boete en berouw. De wateren des levens stroomden. En zelfs de rechtzinnige predikant, die eerst, o, zoo boos was geweest over dat opkomen van een oaffenambtelijke opwekking, eindigde met van den kansel zijn schuld te belijden en eere te geven aan dien God, die hém beschaamd en den veenarbeider uit Boskoop gezegend had.

Op boeiende wijze verhaalt Dr Kuypei in zijn opstel Comrie's leven en werken in Holland; verder teekent hij hem met voorliefde als den kampioen der Orthodoxie, om hem eindelijk aan zijn lezers voor te houden als ons voorbeeld in den strijd tegen het rationalisme:

Het rationalisme is zulk een ontzettende vloek, dat al de kerken van het vasteland met uitzondering van de onzen, bij het doorstaan van de „vinnige koude" van dezen schralen winter, tot een schier levenlooze massa zijn verstijfd. Maar terwijl elders iedere geestelijke bloem, in open lucht gelaten, dood vroor, verborg ten onzent Comrie sommige onder het stroodak van onze boeren, vanwaar zij nu weder aan het licht zijn gebracht, — verwelkt, ontbladerd, beschimmeld, — zeer zeker, maar nog met leven in zichl En zie, voor de bewaring van dit kostbare leven gevoelen wij ons, naast God aan Alexander Comrie en zijn uitnemende vrienden verplicht.

Sluiten