Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1882

72

rische documenten loswrikte, zelfs zonder de historie van haar wording te kennen, wees De Heraut (nr 171) op wat Dr Doedes over de „eenvoudigheid" van het Ooddelijke Wezen gezegd had, waarbij hij zich aan een revisie van dezen term had gewaagd, zonder dien te verstaan. De slotsom van dit artikel luidde:

De toekomst zal leeren, dat Dr Doedes voortaan geëerd en geloofd zal worden, om de uitstekende studiën die hij wijdde aan de bibliographie onzer Formulieren; dat ingang zullen vinden enkele uitnemende correct iën van uitdrukking die hij voorstelt; maar dat hij, om invloed op den inhoud der Confessie uit te kunnen oefenen, zelf te ver van haar heerlijke Belijdenis afging.

In den vorm van een personificatie van Art VII der Belijdenis, schreef Prof. Doedes vervolgens in de Stemmen voor Waarheid en Vrede, December 1881, blz. 532 deze klacht: „Verbeeldt u nu toch eens wat Kuyper durft doen. Daar verklaart hij te belijden, dat de Drieënige God de almachtige Schepper des hemels en der aarde is — en dat in openbaren strijd met onze Geloofsbelijdenis en den Heidelbergschen Catechismus 1 Volgens ons is niet de Drieëenige God, maar God, de Vader, de Schepper van hemel en aarde.... Wat geeft Kuyper nu recht, om zich zoo vierkant tegenover ons te plaatsen?"

Hiermee was de teerling geworpen. Dr Kuyper zag zich nu genoodzaakt (De Heraut nr 207) de desbetreffende bladzijde uit de dogmengeschiedenis aan Prof. Doedes even openlijk voor te leggen, als deze zijn stuitende afdwaling van het Christelijk geloof driestweg voordroeg.

En toen Prof. Doedes daarna in de Stemmen van 1882, blz. 1—10, een artikel plaatste: „Wie ts de Schepper van hemel en aarde, volgens de Belijdenisschriften der Ned. Herv. Kerk", en daarin een poging waagde om de Synodes van Antwerpen en Dordt zijn Tritheïsme in den mond te leggen, toen bleef in De Heraut (nr 213) het tegenbewijs ook daarvan niet uit.

De geheele artikelenreeks over dit dispuut, met uitlating van een enkelen overgang en eenigszins anders ingedeeld, werd daarna in een dun boekske gebundeld, voorzien van een voorrede, en onder den titel: Ex ungue leonem l opdat men, naar de geaardheid van deze ééne vergissing, den doorgaanden aard van Dr Doedes' aanval op hetgeen de Gereformeerde Kerken beleden en nog beleden, mocht afmeten.

Sluiten