Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1882

78

O verheids-examen ook zonder gymnasiaal diploma toe te laten; dan door invoering voor alle vakken van vrij examen, dat nu nog slechts voor artsen bestond; en eindelijk door ook de graden der Vrije Universiteit te erkennen, als van gelijke waardij met die harer eigen stichtingen.

Ik zie van dien kant dus metterdaad eer een helderder worden van de lucht tegemoet, dan een opkomen van donkere wolken, en indien ons Christenvolk maar voortgaat met zijn duizenden te offeren, en de God der Wijsheid ons maar mannen van talent schenkt, en Neêrlands jongelingschap den strijd maar aandurft, acht ik den dag niet meer zoo verre te zijn, waarop èn artsen, èn pleitbezorgers, èn rechters, èn ambtenaren, ook van de Vrije Universiteit zullen uitgaan, om den dienst Gods aan ons volk op alle maatschappelijk terrein te bedienen.

Hoe gelukkig zou ik zijn, M. H. indien ik hier nu in éénen adem bij kon voegen: „En van de kerk van Christus, behoeft het nog gezegd, hebt ge een nog warmer, nog guller tegemoetkoming op de paden der vrijheid te verwachten 1"

Maar helaas, dit mag ik niet....

Niet dat er in de kerken geen prijsstelling op vrijheid meer zijn zou, noch ook, dat er geen kerken meer zouden zijn, die het voor de vrijheid durven opnemen, maar de plaatselijke kerken liggen nu eenmaal nog onder de beklemming van een baar opgelegd genootschap, en zoolang we op effen paden willen blijven, heeft men dus met de uitgevaardigde wet van dat genootschap, dat is met het Synodale reglement te rekenen.

En vraagt men mij, of ik dan hoop koester, dat ook de Synode haar deur voor onze studenten ook al ware het slechts op een kier zou openzetten, dan antwoord ik, na ernstig wikken en wegen van wat er in die vraag inzit, uit overtuiging van neen.

Eindelijk, aan de profetie des geloofs toegekomen staat het voor Dr Kuyper vast, dat, indien onze studenten mannen zullen zijn „die hun ziel hebben overgegeven voor den naam des Heeren Jezus", hun niet anders kan wachten dan achteruitzetting, vervolging en smaad.

Dit toch voorspel ik u, M. H., al ware het ook, dat de Overheid naar vrijer paden neigde, ja, stel het gunstigste, dat ze ons geheel op één lijn met haar eigen Overheidsuniversiteiten plaatste, dan nog zullen onze studenten steeds bij de wereldsche jongelieden achterstaan. Men zal beginnen met ze om eer en goeden naam te

Sluiten