Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

81

JAARTAL 1882

tegenover Prof. Rutgers in De Heraut van 23 Juli d.a.v. wees op het onderscheid tusschen kerk en kerkgenootschap, en vroeg: „Kan Ds Buytendijk zich waarlijk niet voorstellen, dat iemand in gemoede meent „de belangen der Ned. Herv. Kerk te behartigen en te bevorderen", door te streven naar hare losmaking uit de haar verstikkende banden, en naar hare reformatie overeenkomstig de beginselen van haar eigen, d.i. van het Gereformeerde Kerkrecht?"

De lichtvaardigheid waarmede Ds Buytendijk hierbij te werk gaat, is des te grooter, omdat hem toch ook wel bekend is, dat van de zoogenaamd orthodoxe predikanten en ouderlingen verre de meesten, ja ik durf wel zeggen, bijna allen, kerkrechtelijk zich verbonden hebben aan het gereformeerde kerkrecht (aan datzelfde kerkrecht, dat voor Ds Buytendijk alleen historisch belang heeft!), en niet aan de Synodale Reglementen. In de belofte die bij het proponents-examen wordt afgelegd zijn geenerlei kerkrechtelijke beginselen bepaald of omschreven. Maar wel geschiedt dit in de beloften die gedaan worden volgens de Formulieren van bevestiging van predikanten en ouderlingen; en in die Formulieren is wel degelijk, niet het revolutionaire kerkrecht der Reglementen, maar het gereformeerde kerkrecht belichaamd. Die beloften nu worden bij elke bevestiging plechtig gevraagd, officieel en vanwege de kerk, en even plechtig gedaan, in de tegenwoordigheid Gods en der gemeente. Wie nu daarmede ernst maakt, handelt die onzedelijk, ook al komt hij dan in strijd met de Reglementen? Juist integendeel, zou ik zeggen. En onzedelijk is het veeleer, met die plechtige beloften voor God en de gemeente geen vollen ernst te maken. Ik tenminste wensen mij daaraan te houden, zij het ook in strijd met de Synodale Reglementen, waaraan ik bovendien nooit gehoorzaamheid heb beloofd. En wie daarover anders denkt, moest liever die Formulieren bij de openlijke bevestiging niet meer gebruiken. Niemand toch zal wel kans zien, hetgeen daarin uit Gods Woord wordt voorgeschreven, met de eischen der Reglementen en met het streven der hoogere besturen in overeenstemming te brengen.

Tevens deelde Prof. Rutgers mede, dat de hoofdredacteur van De Heraut, na den tijd der zomerrust, de kwestie, die het hier gold, wel breeder zou behandelen. En zoo geschiedde 't dan ook. In een zevental artikelen handelde De Heraut {rus 251—262) over Nakoming van Beloften.

Sterk drong Dr Kuyper hier aan op den eisch, dat kerkeraden

Kuyper BlbL 6

Sluiten