Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1883

84

In dit droeve feit ligt iets zeer stuitends voor bet zedelijk waarheidsgevoel.

Niet alsof we deze heeren er van verdenken zouden, dat ze, tegen beter weten in, oneerlijk handelen zouden.

Kwam zulk een vermoeden in ons op, het zou niet hen, maar ons zeiven wonden.

Oprechtelijk nemen we dus aan, dat deze heeren over dit stuitend contrast tusschen hun wijze van doen en de door hen afgelegde verklaringen en geloften, nooit, met kennis van zaken en na vereischte studie, na hebben gedacht.

Maar, ook zoo, blijft dan toch het feit een feit, dat een gansche reeks van achtbare mannen, die als pleitbezorgers van waarheid en zedelijkheid optreden, zeiven in hun ambtelijk optreden, in strijd met de eischen van waarheid en zedelijkheid handelen.

En overmits nu onlangs een misbegrepen woord van den hoogleeraar Dr Rutgers, aan de Irenische woordvoerders aanleiding gaf, om op hun eigenaardige Irenische manier, dezen man van ongerept karakter, den lieflijken scheldnaam van „Jezuïet" naar het hoofd te werpen, wierd het toch tijd, het blaadje eens om te keeren, en aan de Irenische predikanten en corps eens de dringende en ernstige vraag voor te leggen: „Gij geroepen dienstknechten in den dienst des Heeren, hoe verdedigt ge zeiven uw houding ten deze uit het oogpunt van waarheid en eerlijken zin?"

Dit stond te lezen in De Heraut van 31 December 1882. We hooren hier het eerste rommelen van het onweer, dat in 1886 zou losbarsten.

78. De Drie Formulieren van Eenigheid, met de Kerkorde, gelijk die voor de Gereformeerde Kerken dezer landen zijn vastgesteld in haar laatstgehouden Nationale Synode. Voor kerkelijk en huislijk gebruik uitgegeven. Amsterdam, J. H. Kruyt. 1883.

Met 15 Januari 1883 werd in de Ned. Herv. Kerk de nieuwe Proponentsformule ingevoerd, die de strekking had om het belijdend "karakter der kerk op te heffen en gehoorzaamheid te eischen aan synodale reglementen. Met het oog daarop schreef Dr Kuyper nu in De Heraut een artikelenreeks (nrs 264—270) waarin hij het aan de Gereformeerde Kerken als een onafwijsbaren plicht voorhield om deze aanranding van haar belijdend karakter af te weren, en zorg te dragen, dat geen persoon tot

Sluiten