Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

JAARTAL 1883

Geloofsbelijdenis, doen dit op een wijze, die (tenzij er aan oneerlijk opzet te denken viel, wat wij niet vermoeden) onbekendheid zoo met den stand van zaken als met ons bedoelen verraadt.

En dat wel om de navolgende redenen:

1°. De Synode van Dordrecht in 1618/19, heeft zoo weinig art. 36 met de overige artikelen op één lijn gesteld, dat ze veeleer eigener beweging in haar midden noodigde een prelaat der Episcopaalsche kerk, wiens positie reeds in strijd was met onze Belijdenis op dit punt

2°. De Synode van Dordrecht 1618/19, heeft, toen ze aan de Belijdenis toekwam, de goedkeuring der aanwezigen plechtig over die Belijdenis laten uitspreken, maar met uitdrukkelijke uitzondering voor „de poincten der kerkelijke regeeringe", terwijl deze artikelen (waaronder art 36) dan ook eerst na het vertrek der ' buitenlandsche godgeleerden, door de binnenlandsche overzien zijn.

3°. Artikel 36 gelijk het door de Na-Synode goedgekeurd is, sloeg op een Overheid, die als Christelijk Gereformeerde Overheid, in de Synode zelf zitting had en, als Gereformeerde Overheid, het land in Gereformeerden geest, met exclusie van andere gezindheden, beheerde.

4°. Ons bezwaar is volstrekt niet tegen dit geheele artikel, maar uitsluitend tegen de stelling, dat de Overheid geroepen is om alle ketterijen, desnoods met het zwaard, uit te roeien.

En 5°. doordien onze Overheid, evenals de Overheid waaronder Paulus leefde, niet Christelijk Gereformeerd is, vervalt reeds deswege in de tegenwoordige bedeeling der dingen, alle toepasselijkheid.

Ons bezwaar tegen deze zinsneê in art. 36 alzoo op één lijn te stellen, met de bezwaren tegen de onveranderlijke waarheden van Gods Woord, die door den twijfel veler zinnen beroeren, is een onvoorzichtige of partijdige daad, maar een daad, die, hoe ook uitgelegd, voor de weegschaal van het heiligdom niet kan bestaan.

In De Tijdspiegel van Februari 1883, blz. 314—319, kwam de Hoogleeraar Spruyt echter op de kwestie terug, en zag er een bewijs in, hoe krachtig de liberale strooming ook bij Dr Kuyper werkte, terwijl Prof. Gunning in Irenisch, een woord aan de gemeente over de Proponentsformule, blz.31 en32schreef: „Ook hij, die zich een kleine wijziging veroorloven wilde, en overigens bijna of geheel in alles de Belijdenis beamen, zou slechts schijnbaar iets gerings, maar inderdaad, verstandelijk beschouwd, iets zeer gewichtigs wijzigen. Laat iemand b.v. in de toepassing van een kanoniek stuk van kerkregiment, waaromtrent de Vaderen

Sluiten