Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1885

122

verzorgeren dezer Fransche kerk, die, uit de dagen der Refugiés beter geleerd, en alzoo wetend, hoe wreed, hoe hard, hoe weinig menschelijk het is, iemand zelfs het bidden te willen afsnijden, voor de verjaagden door den Nederduitschen kerkeraad, gastvrij de deuren van bun eigen kerkgebouw ontsloten. Voor al wie Refugié is, behoudt het geslacht der oude Refugiés steeds de oude trouw des harten. Want dit doorziet een ieder: mengers van leem en ijzer, mits uit beginsel te zijn, stond eertijds en staat nog aan den Haagschen kerkeraad vrij, maar noch in 1617 noch nu, had hij, ter partijkiezing in den strijd voor zoo allesbeheerschend beginsel, heil mogen zoeken in zoo kleingeestig middel, als de weigering van een kerkgebouw.

En aan het einde van zijn Rede sprak Dr Kuyper:

Zoo weten we dan, M. H., dat er voor de School, die ons hier saambracht omdat ze onze liefde heeft, ook daarboven een Bidder, een heerlijk vorstelijk Voorbidder is. En daarom, al had men ons hier ook alle kerken toegesloten, desnoods zou ik gezegd hebben, laat ons dan onder het looverdak van het Bosch saamkomen, of, moet het, in het open veld ons saamvergaderen, want gebeden mag en gebeden moet er worden voor die zoo kleine en zoo fel bedreigde stichting die het met den naam van den Christus heeft gewaagd.

o, Zij er dan niet slechts vormelijk gebed, maar veel waarachtig bidden, M. H. Dat zij, die het roepen en het kermen voor den Heere verstaan, in hun ziele met ons mogen smeeken. Zij het een aanloopen van den Heere als een waterstroom. De zake, die het geldt, grijpt zoo ontzaglijk diep in, en wie, wie zijn wij, dat we haar redden zouden 1 Neen, Broeders en Zusters, niet van ons en van niemand onzer, maar alleen van den Heere Sebaoth kan de verbreking dezer valsche vermenging komen. Niet onze zwakke hand, maar alleen zijn „arm die met macht bekleed is", rukt eens in de ure, van Hem daartoe verordend, het ijzer weer los van het leem.

o, Laat ons dan toch niet hooge roemen, maar uit de diepe roering der ziele voor onze School bidden. Want waarlijk, Mannenbroeders, ze is nog in een bangen strijd gewikkeld. Elkoogenblik zou ze nog bezwijken kunnen. Men legt het nog toe op haar dood.

Gebeden, gesmeekt, aangeroepen dan den God van ons vertrouwen; maar eer ik u in die smeekinge voorga, roept zeiven in uw lied naar den Hooge, en heft aan uit Psalm 74 de verzen 18 tot 22.

Sluiten