Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1886

144

Belijdenis aangaat, behoeft dit noch aanwijzing noch toelichting; want dat de voor- en tegenstanders van onze Drie Formulieren van Eenigheid niet langer saam kerk kunnen houden, is openbaar. Wat betreft de Organisatie kan alle nadere aanwijzing achterwege blijven na het Besluit op den lOen Februari door de Synode zelve genomen, om een Commissie te belasten met het opsporen van eenen modus vivendi, waardoor aan de geestelijke behoeften van alle feitelijke aanwezige richtingen en partijen kon worden voldaan. En wat nu in de derde plaats de regeling van het kerkelijk Beheer aangaat, zoo behoeft men zich waarlijk niet in het Amsterdamsche archief te verdiepen, om vastelijk te weten, hoe ook ten deze allerlei meening strijdt om den voorrang. Immers de Synodale Handelingen zeiven toonen dit bestaan van meerdere opiniën ten deze overtuigend. Uit den langen woordenstrijd tusschen het Algemeen College van Toezicht en de Synode over deze materie volsta de resumtie van bezwaren in het desbetreffend rapport van 1875, dat vlak hierachter in een bijlage wordt afgedrukt ')• En dat ook in den boezem der Synode zelve gelijk verschil van opinie bestond en geduld wierd, blijkt Waarlijk uit de bekende Nota van Mr. Van der Laan, die in de Handelingen der Synode van '72 geresumeerd wierd en insgelijks aan het eind van deze Memorie is opgenomen2).

Het feit is alzoo niet te weerspreken, dat zich omtrent de drieerlei aangelegenheid, die te kwader uur in een kerk tot het vormen van tegengestelde overtuigingen en diensvolgens van tegengestelde partijen kan leiden, hier te lande metterdaad ver uiteenloopend verschil van inzicht geopenbaard heeft. Er is conflict van overtuiging in zake de Belijdenis, conflict van inzicht omtrent de Organisatie, en evenzoo conflict van denkbeelden over het Beheer; en betgeen thans aan het Amsterdamsche Conflict zulk een bedenkelijk karakter bijzet, is de onloochenbare omstandigheid, dat in dit ééne Conflict de drie zooeven genoemde tegenstellingen, in niet los te maken samenhang, optreden.

Eenerszijds staan zij, die de Belijdenis der Kerk rechtstreeks willen laten doorwerken, en dies afgif ten der Attesten weigerden; het plaatselijk Beheer autonoom wenschen, en uit dien hoofde der Kerkvoogdij zelfstandig maakten, en eindelijk de Organisatie weer op presbyteriate leest wilden schoeien, en uit die oorzaak het verband opzegbaar achten te zijn. Terwijl tegenover hen staan

■) Bijl. Syn. Hand. 1872, p. 183. Het is opmerkelijk dat juist de drie leeken, die toen in de Synode zaten, tw. de H.H. J. A. Feith, Mr. Van der Helm. Mr. Van der Laan zich tegen de bevoegdheid der Synode verklaarden.

2) Syn. Hand. 1875 p. 165 v.v.

Sluiten