Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1886

150

90. „Alzoo zal het onder u niet zijn". Bijbellezing op Zondag 11 Juli 1886 in „Frascati" uitgesproken. Uit de Diepte, I en IL Amsterdam, J. A. Wormser, 1886.

Dit is de eerste gedrukte preek van Dr Kuyper uit den Doleantietijd. Toch had hij er al eerder een gehouden.

Reeds op den eersten Zondag na de schorsing, 10 Januari 1886, was hij 's avonds voorgegaan in het lokaal «Plancius". Tegen 6 uur was deze bijbellezing aangekondigd en reeds te 4 uur hadden velen zich van een plaats verzekerd. Het ruime lokaal werd allengs dichter gevd.d, en tegen half zes moesten de deuren reeds gesloten worden, en kon niemand meer worden toegelaten, zoodat meer dan honderd teleurgestelden zich voor den ingang verdrongen om te trachten, als de deur zich opende om iemand uit te laten, door de opening naar binnen te dringen. De politie bewaarde uitstekend de orde. Toen Dr Kuyper zelf een kwartier vóór den aanvang bij het gebouw kwam, stonden er zóóveel teleurgestelde kerkgangers op straat, dat hij zich geen weg door de schare kon banen. Eindelijk wendde hij zich tot een politieagent, met verzoek hem naar binnen te helpen. Maar het antwoord luidde : „Neen, mijnheer". En toen hij bleef aandringen met 'n: „maar ik moet daar zijn," vroeg de agent: „Wie is udan?" Daarop heette het kort en krachtig: „Kuyper". En nu maakte de ontstelde agent natuurlijk aanstonds ruimte voor den spreker van dezen avond.

Ook de estrade, waarop te 6 uur Dr Kuyper optrad, was met een dichte menschenmassa bezet

Nadat een gedeelte gelezen was uit het elfde hoofdstuk uit den Hebrefinbrief, waar aan het slot van het 13e vers gezegd wordt, dat de geloovigen des Ouden Verbonds beleden hadden „gasten en vreemdelingen op aarde" te zijn, hield Dr Kuyper toen een zeldzaam schoone en indrukwekkende preek over Psalm 119:19 „Ik ben een vreemdeling op aarde, verberg uw geboden voor mij niet". Opzettelijk zweeg hij geheel over de dingen, die In de afgeloopen week geschied waren, want hij wilde vermijden al wat de hartstochten ook maar eenigszins prikkelen kon. Op zijn verzoek hebben de studenten J. J. Esser, A. G. Honig, H. H. Kuyper en J. Schokking gepoogd, onder het uitspreken de preek op te schrijven, ofschoon ze hun zitplaatsen aan zusters afgestaan hadden en stonden. „We hebben er den geheelen volgenden dag aan besteed, onze aanteekeningen tot een geheel te verwerken.

Sluiten