Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1886

152

deelen van uw liefdegaven geen rechter iets aan te merken had, en wier kerkelijke eer alleen daarom door de hoogste straf geschonden moet, omdat ze ook als Kerkbeheerders zich geen oogenblik uw gemeente denken konden gescheiden van Gods Woord.

En die Bedienaren des Woords en die Opzieners en die Armverzorgeren heeft men durven afzetten en ontzetten uit hun dienst in een Kerk, die wel verre van de Tucht deze zeventig jaren in eere en hoog te houden, veeleer alle tucht derwijs rusten en alle instrument van macht derwijs roesten liet, dat de ongerechtigheid voortat als de kanker en de afval roekeloos voortsloop, tot afval zelfs van den levenden God.

Tot edele, heilige oefening van tucht was de Kerk van Christus ook hier ter stede en ook in deze provincie geroepen, en nu zie rondom u in deze groote stad die veel volks heeft; en waar,bid ik u, is de hoereerder, de dronkaard, de gierige, de lasteraar, die deze zeventig jaren lang ooit de snijdende scherpte van deze kerkelijke tucht gevoeld heeft?

Liet men ze niet vloeien over den akker des Heeren alle wateren van zedelijke verlaging en oneerbaarheid?

Nooit, nooit heeft men deze zeventig jaren lang de harde roede van deze straffe tucht opgeheven tegen de predikers van het ongeloof, tegen de ondermijners van Jezus' Koningschap, tegen de verwoesters der gemeente. Eer zijn alle afvalligen geëerd, is alle aangeklaagde steeds vrijgesproken. En nóg laat men ze in volle kerkelijke macht en ambt en eere, zoo in stad als in provincie, de mannen die van hun afval; geen geheim maken, maar openlijk hun algeheele verwerping uitspreken van alle mysteriën des geloofs.

Ja, ik heb ze gekend, gekend onder eigen bekenden en vrienden, die openlijk in deze zelfde provincie van den kansel tot zelfs de hope des eeuwigen levens verworpen hadden, leerende dat er geen opstanding na den dood is, en toch geen derzulken is ooit gemoeid.

Die allen heeft men vrijgelaten 1

Een Bedienaar des Woords, die heel het Woord en den God van dat Woord verwierp, dat mocht I

Ja, sterker en gruwelijker nog, M. H. 1 in het ambt en als leeraar onzer Kerk zijn ze gestorven, die in diepe onzedelijkheid verstrikt, en afgestompt voor alle hooger leven, eindelijk aan delirium tremens bezweken zijn.

En toch, zelfs tegen dezulken is niet gewoed.

Zelfs zülke mannen zijn als „overleden leeraars" met eere herdacht geworden in ons Kerkelijk Orgaan 1

Hén trof de kerkelijke banbliksem niet.

Sluiten