Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1886

178

Voor handhaving van de liturgische formulieren ijverend, spreekt Dr Kuyper dit goede woord voor het formuliergebed in den kerkeraad:

Let met name ook op het formuliergebed voor de zittingen van den kerkeraad. Wat toch gebeurt nu? In onze kerkeraden staat het partij tegen partij. Een der dominees presideert. Zijn ziel is vol van bitterheid tegen een zaak die voorkomen zal. Nu moet bij bidden. En wat overkomt dan den ouden zondaar? Dit, dat hij (onbewust natuurlijk) zelfs het gebed misbruikt, om zijn tegenstanders te krenken. Schriklijke toestanden, waar we voorgoed van af zouden zijn, indien men dit schoone gebed bad:

Hemelsche Vader, eeuwige en barmhartige Godl het heeft U beliefd, naar Uwe oneindige wijsheid en goedertierenheid, U uit alle menschen van den ganschen aardbodem een gemeente, door de verkondiging van het heilige Evangelium te verzamelen, en dezelvë te regeeren door den dienst der menschen. Gij hebt ons ook tot zoodanig ambt genadiglijk geroepen, en bevolen goede acht te hebben op ons zeiven en op de kudde, welke Christus met zijn dierbaar bloed verworven heeft. Dewijl wij nu dan hierin Uwen heiligen naam verzameld zijn, om naar het voorbeeld der Apostolische kerken van die dingen, welke ons vóórkomen zullen, aangaande den welstand en stichting Uwer kerke, volgens ons ambt te handelen; waartoe wij ons zeiven belijden onnut en onbekwaam te wezen, als die van nature niet vermogen iets goeds uit ons zeiven te denken, veel min in het werk te stellen; zoo bidden wij U, o getrouwe God en Vadert dat Gij, naar Uwe belofte, wezen wilt in het midden van onze tegenwoordige verzameling met Uwen Heiligen Geest, die ons in alle waarheid leide. Neem ook van ons weg alle misverstand en verkeerde bewegingen des vleesches, en geef, dat Uw heilig Woord de eenige regel en bet richtsnoer zij van al onze raadsslagen, opdat dezelve mogen strekken tot eer Uws naams, tot stichting Uwer gemeente, en tot ontlasting van onze eigene gewetens, door Christus Jezus Uwen Zoon, die met U en den Heiligen Geest, de eenige en waarachtige God, eeuwiglijk zij te loven en te prijzen. Amen.

Wat taal niet waarl Hoe verheft het een vergadering niet, waar men zóó aanvangt, terwijl immers dat bidden tegen elkaar in, zooals nu vaak geschiedt, almee de bitterste der bitterheden is, waarin een zondig schepsel kan komen te vallen.

In denzelfden geest schreef Dr Kuyper ook in De Heraut van 26 Juni 1887 over het kerkeraadsgebed.

Sluiten