Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

181

JAARTAL 1886

allermeest verraadt in hun persoonlijke antipathieën en coteriehandelingen, en niet minder In hun bitter vijandige houding tegenover de belijders van de onverminkte Belijdenis hunner eigen kerk.

Of wil men, zij het dan aldus toegelicht, dat we in onze Irenische vrienden niets anders afkeuren en veroordeelen dan die valsche en onschriftuurlijke en anti-gereformeerde Ireniek, die door de kerk aller eeuwen in haar beste tolken steeds als zonde is gebrandmerkt en door onze vaderen als „moorderatie" der kerk en pseudo-irenisch èn in den Sociniaan èn in den Arminiaan is bestreden.

Over de verhouding van Kerk en Staat lezen we hier op blz. 308:

De toestand waarin we verkeeren, is dus zorgvol en hoogst gebrekkig, en de bede van ons volk mag wel zijn, of het God believen mocht, in weerwil van onze zonden, weer die energie aan onze natie in te storten, waardoor ze weer gezond naar ziel en lichaam zich èn kerkelijk èn politiek, Gode tot eer, als eenheid kunne vertoonen.

Ja, al ware bet zelfs, dat nooit meer op aarde ons oog de schoone harmonie zou aanschouwen en de dag des Heeren aanstaande ware, zonder die glorie over ons te hebben doen opgaan; ja, al ware het (iets waar we toe neigen om het te gelooven), dat deze zondige bedeeling die heerlijke Openbaring in beginsel tegenhoudt; en al dient niets zoo scherp en zonder sparen bestreden, als elke valsche schijn van eenheid die zich voordoet als ware ze de hoogere, goddelijke harmonie, terwijl ze feitelijk niets dan tiranniek geknutsel van organiseerende menschen is; toch mag het ideaal nooit prijs gegeven en blijft in zooverre elk woord van artikel 36 onzer Belijdenis onveranderlijk waar.

Eindelijk worden de broeders aan wie de genade geschonken werd om aan de Irenische zuiging te ontkomen, opgewekt tot een ootmoedige gedraging:

Want, zij het ook met diepe smart, aan het einde van deze artikelenreeks wordt het met zelf beschaming door ons uitgesproken, dat de niet-irenische broederen weer op bun beurt vaak verleid worden door twee andere zonden, aan die der Irenischen tegenovergesteld; we bedoelen door de zondige neiging om over anderer vrijheid te heerschen, en niet minder door den diep zondigen trek,

Sluiten