Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

227

JAARTAL 1888

groote verbazing van De Cock, een, nog maar verkorte, uitgave van de Institutie voor den dag. De Cock verzocht toen zijn gastheer dit werk te mogen meenemen. En door naarstig en biddend onderzoek leerde hij nu uit Calvijns Institutie de Gereformeerde waarheid kennen. Mede daardoor ontstond in 1834 de Afscheiding. Maar nauwelijks had die Afscheiding onder het volk weer de behoefte gewekt aan kennis van de Gereformeerde leer, of nu verscheen er ook weer een herdruk van Calvijns onschatbare Institutie, thans met een voorrede van Ds Hendrik de Cock, 1837.

Nog geen dertig jaar later, 1865, kwam een geheel nieuwe bewerking van de pers, onder toezicht van zijn zoon, Helenius de Cock, docent aan de Theologische School te Kampen.

Inmiddels was aan de Leidsche Hoogeschool Professor J. H. Scholten opgetreden met de pretentie, dat zijn Modernisme de consequentie was van het Calvinisme. Ook zijn begaafde leerling A. Kuyper werd daardoor opgewekt om Calvijns Institutie te bestudeeren. En wat hij daar in prachtig Latijn las, hoorde hij straks op zijn afgelegen eerste standplaats in de Betuwe uit den mond der vromen naklinken in de bevindelijke „tale Kanaans". Hier vond hij de overblijfselen van die oud-Calvinistische levensgedachte, die eenmaal in de Nederlanden de bezieling tot nieuwe nationale levensontplooiing was geweest.

Geen wonder dan ook dat hij, bij de weeropleving der Gereformeerde waarheid, het Gereformeerde volk geen ondienst meende te doen met een nieuwe uitgave van Calvijns Institutie volgens de oude spelling.

Zelf geeft hij hiervoor in de inleiding de volgende redenen op.

Dr Allard Pierson had in 1881 van Calvijns Institutie geschreven, dat ze wel destijds gold als de uitdrukking van een levend geloof, maar thans niet meer was dan een geschiedkundig document. Tegen dit onjuiste oordeel nu wilde deze nieuwe uitgave van Calvijns meesterwerk protest indienen. Deze foliantherdruk van een oude Hollandsche vertaling, in een antiek Hollandsen, gewaad en tot den waarlijk niet geringen prijs van een kleine tiental guldens, nog in duizende exemplaren door ons volk gekocht, zou het afdoende bewijs leveren, dat de macht van het Calvinisme nog wel ter dege onder ons leefde.

Ten tweede, de vertaling van Corsman, waarvan nu een herdruk werd geleverd, overtrof die van voor twintig jaar in veerkracht van taal en juistheid van reproductie. Naast de gemoderniseerde

Sluiten