Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1888

228

uitgave, blijve daarom dit meesterwerk zijn plaats en waarde behouden voor hen die nog lust in ouden stijl en aloude kernachtigheid van taal hebben. Want al zijn onze heeren en dames aan het pittige Hollandsch der 17e eeuw ontwend, er is toch ook een ander deel van ons volk, dat het kernachtig Hollandsch uit onze beste periode nog verstaat en mint

En eindelijk juist om Corsmans taal. Wat Dr Kuyper daarvan zegt is zóó gespierd, dat we het hier letterlijk afdrukken:

Grif zij toegegeven, dat ons hedendaagsch Hollandsch hooger staat dan het Hollandsch van Festus Hommius en Bogerman, maar dit neemt niet weg, dat ook die verouderde taal een onversleten kracht in zich draagt waarmee we ons modern-Hollandsch nog kunnen verrijken.

Onze tegenwoordige prozastijl is niet uit de Gereformeerde strooming gekomen, maar ontwikkelde zich in den kring van den Hollandschen Spectator en de vrienden der Santhorstsche Geloofsbelijdenis. Toen kwam Van der Palm, en op hem dreven we, tot Beets, Busken Huet, Pierson en Multatuli ons de smedige taal vormden waarin het jongere Holland thans schrijft

En ongetwijfeld, dit is winst Maar toch, er ontbreekt een bestanddeel in. Hooft en Vondel stonden in taalgebruik tegen elkander over. In Vondel zong de Middeleeuwsche taal nog haar maatgezang. Hooft kloofde klassieke diamanten. Maar terwijl Hooft's lijn en Vondels rythmus uiteengingen, heeft ons corps Gereformeerde Theologen toen beider bestanddeel weten te bewaren. Onze Statenoverzetting en haar taalschool Is noch Hooft noch Vondel, maar bezit beider schoonheid, nog verhoogd door Oosterschen gloed.

En dit mist ons nieuw gegoten proza, dat hoe glad en glanzend ook, toch een bestanddeel van ons taaierts derft dat op den duur niet mag ontbreken.

Goed geschreven boeken, uit dien bloeitijd van Taal en Theologie beide, wensch ik daarom dat nog gelezen worden, en terwijl ik wat gaf om taalbedervende lectuur, als Maastricht en a Marck bieden, in een beter Hollandsch kleed te steken, blijf ik voor het schoone Hollandsch van de goede schrijvers uit die dagen gehoor vragen.

Een goed deel van ons volk verstaat dit nog, en men kan er zich gemakkelijk weer aan gewennen. AI dat omzetten van het oude in nieuwerwetsche taal is niet wenschelijk. Want weet wel, dat ge juist door die moderniseering van een enkel stuk al het nietgemoderniseerde dan ook voor goed voor uw volk afsluit en dat

Sluiten