Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAARTAL 1888

234

En daar dit nu voortspruit uit een schuldig gebrek aan kennisse en een daaruit vanzelf voortvloeiende kleinachting van zijn heerlijk werk in gansch de schepping, drong heilige geestdrift mij, aan mijne medestrijders voor het den vaderen overgeleverd geloof in deze landen, met Gods hulpe, te dezen eenige tegemoetkoming te bieden.

Verleene de Heilige Geest zelf, wiens goddelijk werk ik in stamelende menschelijke woorden poogde uit te drukken, dien zegen aan dezen arbeid, dat zijn Verborgenheid er u door nader kome en rijker troost biede aan uw ontrust gemoed 1

Aldus Dr Kuyper in de Voorrede, waarin hij voorts een overzicht geeft van de werken van den Engelschen godgeleerde Owen, bepaaldelijk van wat deze over den Heiligen Geest heeft geschreven, en ook een lijst van andere schrijvers over den Persoon en het werk des Geestes. In het voorbijgaan beantwoordt de schrijver tevens Dr Böhl's geschrift Zur Abwehr, in 1888 verschenen.

In De Heraut van 7 Juli 1889 gaf Professor Dr F. L. Rutgers van dit en van het vorige werk van Dr Kuyper deze aankondiging:

Amsterdam, 5 Juli 1889.

In de eerstvolgende weken zullen van de Heraut, als gewoonlijk, slechts halve nummers worden uitgegeven. Maar bij ttjds heeft de hoofdredacteur er nog voor gezorgd, dat het in den tijd zijner zomerruste niet aan lectuur zou behoeven ontbreken.

Bij den uitgever J. C. van Schenk Brill te Doesburg is thans compleet verschenen de in 1887 begonnen uitgave van de: Institutie ofte Onderwijsinghe in de Christelicke Religie door Johannes Calvtnus; herdruk van de uitgave van Paulus Aertz van Ravestetn, 1650 te Amsterdam; bewerkt door Dr A. Kuyper (ruim 1050 blz. in klein-folio).

In betrekkelijk zeer korten tijd is deze uitgave dus voleindigd. Het is waarlijk geen geringe arbeid geweest, die daaraan ten koste gelegd is. Daar de oude taal en spelling, om redenen waarvan in de inleiding rekenschap gegeven is, terecht behouden werd, was de correctie des te meer tijdroovend. Maar behalve dat, is er veel tijd en moeite besteed aan de vele noten, waarin met een enkel woord de Ravesteynsche tekst naar het oorspronkelijke verbeterd of wel zijne taal verduidelijkt is. Iedere noot op zichzelve is zeker slechts eene kleinigheid; maar wanneer zij, gelijk hier het geval Is, in de duizendtallen loopen, wordt er heel wat werkkracht door in beslag genomen. En verrijkt is deze uitgave bovendien nog met een breede inleiding (voortgezet in het daar-

Sluiten